Update van de Strategische Visie in 2018:

Resoluut positief maar niet naïef

Tekst: Rodolphe Polis – Foto's: Malek Azoug, Ritchie Sedeyn

“We willen uitleggen wat er gaande is en meer duidelijkheid scheppen.”

Anderhalf jaar geleden werd de Strategische Visie gepubliceerd. Dat document stippelde de koers uit voor de toekomst van Defensie. Het beschrijft de kerntaken van Defensie en de middelen, in personeel en budget, die de regering hiervoor ter beschikking stelt. De Strategische Visie tekent het proces uit dat de toekomst van Defensie veilig stelt en verzekert dat de organisatie zich aanpast aan de veranderende veiligheidsomgeving. 2018 wordt een sleuteljaar voor de uitvoering hiervan.

Die uitvoering brengt veranderingen en onzekerheid mee bij het personeel van Defensie. Daarom vindt de chef Defensie het belangrijk om de tijd te nemen om uit te leggen wat er gaande is en meer duidelijkheid te scheppen. Tegen 2030 zal Defensie inderdaad een diepgaande transformatie hebben doorgemaakt die al gestart is en waarbij alle personeelsleden betrokken zijn.

De Strategische Visie: nodig en vernieuwend

Heel wat militairen hebben al heel wat hervormingen bij Defensie meegemaakt. Wat maakt dit huidige plan dan zo speciaal? Waarin verschilt het van eerdere hervormingen die zelden populair waren?

“De vroegere hervormingen werden gedicteerd door economische noden,” vertelt de generaal, “en concentreerden zich vooral op besparingen. In de Strategische Visie is dat net het tegenovergestelde. Ze is het resultaat van verschillende factoren. Enerzijds hebben decennialange onderinvesteringen geleid tot het afschaffen van diensten, eenheden en zelfs volledige capaciteiten, met als gevolg een steeds kleiner wordende organisatie. Vandaag staan we met de rug tegen de muur en zijn er dus grote investeringen nodig om een geloofwaardige en duurzame toekomst te verzekeren.”

“Anderzijds bereikt het departement een kritieke omvang om zijn core business nog te kunnen verzekeren. Noch de arbeidsmarkt, noch de rekruterings- en opleidingsdiensten, noch de toegewezen budgetten laten echter toe om de natuurlijke evolutie van het personeelsbestand te compenseren. “Aangezien binnen acht jaar vijftig procent van het personeel met pensioen vertrekt, moeten we een structurele oplossing vinden.”

Dat is de huidige uitdaging waarvoor we staan: moderniseren en investeren om de kerntaken te kunnen blijven uitvoeren en de core business te vrijwaren, daarbij rekening houdend met de demografische evolutie.

De Strategische Visie is een product van deze regering, maar de beloofde investeringen zullen pas merkbaar zijn in de volgende regeerperiode. De belofte zit dus vol onzekerheden. Toch lijkt u erin te geloven?

De Strategische Visie en de grote investeringen die daarmee gepaard gaan zijn gepland vanaf 2019 en dus tijdens de volgende regeerperiode. “Ik blijf aandachtig maar ben toch ook enthousiast dankzij de acties waarmee de huidige regering de uitvoering van de Strategische Visie waarborgt.”

Sinds anderhalf jaar krijgt de Strategische Visie concreet vorm dankzij de goedkeuring van de Militaire Programmawet. “Zoiets bestaat al langer in Frankrijk maar is ongezien in België. Deze wet is de vertaling van de Strategische Visie in een overzicht van alle investeringsprogramma’s en de budgetten die daarvoor nodig zijn vanaf vandaag tot in 2030.”

“Ongezien in België.”

“Het is een wet,” tempert de generaal, “en wetten kunnen veranderen. Maar zolang ze niet verandert, zijn de volgende regeringen gebonden aan de verplichtingen van die Militaire Programmawet. De goedkeuring ervan is alleszins een belangrijke stap in de realisatie van de programma’s in de Strategische Visie. Dus het ziet er goed uit, zeker als je ziet dat de begroting voor 2018 die het parlement heeft goedgekeurd, integraal de voorziene programmawet voor dit jaar weerspiegelt.”

Een Amerikaans tankvliegtuig bevoorraadt een Belgische F-16.

De Strategische Visie werd anderhalf jaar geleden gepubliceerd. Wat gebeurt er concreet?

“Voor 9,5 miljard euro contracten in 2018.”

“Met het budget voor 2018 kan Defensie tientallen grote programma’s opstarten”, vertelt generaal Compernol. “Vanaf 2018 zullen we contracten ondertekenen voor onder meer de vervanging van de straaljagers, de marinevloot, de gevechtsvoertuigen van de Landcomponent en de aankoop van unmanned aerial vehicles (UAV), type Medium Altitude Long Endurance (MALE). Dit allemaal voor een totaal bedrag van meer dan 9,5 miljard euro.”

“Met wat er nu allemaal op stapel staat, kunnen we dus zeker optimistisch zijn”, gaat de generaal verder. “Ik geef het toe: ik ben 60 jaar en heb spijt dat ik geen 35 jaar jonger ben, want als ik zie wat er gepland is, zou ik met plezier opnieuw beginnen!”

Een concepttekening van het road clearance package.

De generaal ziet een heel mooie toekomst voor de componenten: “De Luchtcomponent zal met de allernieuwste straaljagers kunnen werken, zonder de A400M-vrachtvliegtuigen en de UAV’s van het type MALE te vergeten. De Marine krijgt gevechtsschepen van een nieuwe generatie. Bij de Landcomponent worden alle gevechtsvoertuigen, de Unimog-vrachtwagens en de LMV’s Lynx vervangen. Er komen ook nieuwe capaciteiten zoals het road clearance package, … Al dat gloednieuwe materiaal is erg motiverend.”

Met het toekomstige road clearance package krijgt Defensie een capaciteit om bermbommen te verwijderen, die veel slachtoffers maken tijdens de huidige militaire operaties.

Nog belangrijker is het partnerschapsakkoord tussen Frankrijk en de Landcomponent, concreet gemaakt door het Scorpion-programma. Dat zal de Medium Brigade ingrijpend veranderen, zowel op het vlak van de doctrine als de opleiding en logistiek.

De Marine krijgt uitzicht op nieuwe fregatten en mijnenbestrijdingsmiddelen. Bij deze laatste kan een moederschip onbemande toestellen uitsturen om mijnen op te sporen en ze te vernietigen, in de lucht (tactische drones), op zee (unmanned surface vehicles: USV) of onderwater (unmanned underwater vehicles: UUV).

Naast de nieuwe gevechtsvliegtuigen krijgt de Luchtcomponent een tankvliegtuig. Tot nu toe moesten Europese gevechtsvliegtuigen vaak een beroep doen op geallieerde vliegtuigen om in de lucht bij te tanken. De aankoop van een eigen capaciteit zal zowel de nationale als Europese autonomie tijdens luchtoperaties vergroten.

Een globaal overzicht van de systemen voor de toekomstige mijnenbestrijdingscapaciteit.

De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, beter gekend als ACOS IS, is de enige dienst die aanzienlijk zal uitbreiden met investeringen in cybercapaciteiten, satellietbeelden en andere middelen. De toekomst van het militair hospitaal wordt momenteel herbekeken. De nadruk komt meer te liggen op de onontbeerlijke medische steun tijdens militaire operaties.

Waardering voor het militaire beroep

 De Strategische Visie is ontstaan uit de noodzaak om te investeren in een geloofwaardige toekomst voor ons departement, maar ook om structurele oplossingen te vinden voor de demografische evolutie van het personeel van Defensie. Hoe staat het momenteel met het personeelsbestand?

“Je maakt geen leger met materieel, maar met soldaten. Voldoende nieuwe collega’s aantrekken zal dus belangrijker zijn dan nieuwe aankopen. Om de pensioneringen van de komende jaren te compenseren is er een enorme rekruteringsinspanning nodig. Dat wordt een aanzienlijk aantal personeelsleden dat we moeten rekruteren, opleiden en trainen; geleden van de periode van de militaire dienstplicht.”

Defensie kent twee soorten rekrutering. Er is de rekrutering als beroepsmilitair, vooral gericht op technici en andere specifieke beroepen die langdurig bij Defensie blijven. Daarnaast is er de rekrutering voor beperkte duur (BDL), ideaal voor degenen die eerst enkele jaren het beroep van militair willen uitoefenen en zich dan verder willen oriënteren.

“Je maakt geen leger met materieel, maar met soldaten.”

Aantal vacatures per categorie voor de komende vier jaar

Die manier van rekruteren zorgt ervoor dat de gemiddelde leeftijd beter aangepast is aan de militaire operaties maar het beantwoordt vooral aan een jobmarkt die sneller verandert dan vroeger. “We laten de mensen zelf de keuze om een deel van hun carrière bij Defensie te werken. Tijdens dit kortere loopbaanpad verwerft de BDL-militair vaardigheden die hij of zij op de civiele arbeidsmarkt kan gebruiken zoals een rijbewijs als vrachtwagenchauffeur.”

“Het spreekt voor zich dat een BDL-soldaat die naar het burgerleven terugkeert, zal weten wat het is om vroeg op te staan, op tijd te komen, loyaal en zelfstandig te werken en verantwoordelijkheid te nemen. Dat zijn voor elke werkgever erg nuttige vaardigheden. We blijven verder zoeken welke vaardigheden de BDL-militairen nog kunnen ontwikkelen als voorbereiding op hun verdere loopbaan. Jammer genoeg wordt het BDL-systeem soms te eenvoudig beschreven als een contract van acht jaar, zonder verdere perspectieven. Dat is niet altijd zo. Die militair kan ook langer bij het leger blijven, beroepsmilitair worden en promotie maken. Op dit moment bevinden we ons pas in het vierde jaar van de BDL-rekrutering. Als we zien hoe de demografische ontwikkeling van het personeel van Defensie nog zal evolueren zal wie wil blijven dat waarschijnlijk ook kunnen.”

“Gezien de demografische ontwikkeling van het personeel van Defensie zal wie wil blijven dat waarschijnlijk ook kunnen.”

De CHOD is vooral bezorgd over twee aspecten van de rekrutering. Een eerste is het steeds groeiende aantal vacatures voor technici. Die vacatures geraken op de civiele arbeidsmarkt steeds moeilijker ingevuld, wat in concurrentie treedt met de rekrutering van militaire technici. “Op dat vlak blijft de concurrentie met burgerbedrijven voor technici maar toenemen. Moeten we misschien de bekende paden verlaten en met burgerbedrijven samenwerken om gemengde loopbanen voor technici te ontwerpen? Anderzijds zal het succes van de toekomstige rekrutering voor een groot stuk het succes van de Strategische Visie bepalen. Dit kan zelfs gevolgen hebben voor het voortbestaan van Defensie, dat zonder voldoende personeel zijn missies niet langer zal kunnen uitvoeren. Elke militair moet beseffen dat hij of zij de rekrutering beïnvloedt door met kennissen en op sociale netwerken over zijn of haar werk te praten. Het is niet allemaal rooskleurig. Er kan veel verbeterd worden maar daar werken we ook elke dag aan. Men neigt te snel om zich enkel op de problemen te concentreren. Maar zonder naïef te zijn kunnen we ook meer vertellen over welke positieve dingen er bij Defensie gebeuren. Eén ding is zeker: zonder nieuwe collega’s zal het niet snel verbeteren. Vergeet niet dat we allemaal ambassadeurs voor Defensie zijn.”

Uitbesteden om de militaire capaciteit te behouden

 Maar hoe valt die nood aan nieuwe collega’s te verzoenen met de outsourcing?

“Tegen 2030 zal het personeelsbestand zakken van 30.000 naar 25.000 mensen met inbegrip van 1.000 leden burgerpersoneel. Toch zal Defensie in staat moeten zijn om het huidige ambitieniveau te behouden.” Die 5.000 functies zullen anderen moeten uitvoeren, niet noodzakelijk militairen. “Begrijp me niet verkeerd,” gaat generaal Compernol verder, “die functies zijn niet minder belangrijk en de militairen die ze vandaag uitvoeren, doen hun werk correct. Maar een burger die dat soort functies uitvoert, zal per definitie niet onderworpen zijn aan de verplichtingen van het militaire statuut: de fysieke conditie onderhouden, slagen voor de fysieke testen, wacht lopen, regelmatige schietoefeningen, op operatie vertrekken, enzovoort.”

“Meer militairen beschikbaar voor training.”

“Laten we twee voorbeelden nemen”, benadrukt de generaal. “Een eerste: de wacht van een groot garnizoen zoals Leopoldsburg zet per jaar het equivalent van een compagnie infanterie in, wat neerkomt op 120 voltijdse krachten. Iemand die 24 uur wacht loopt, is de drie volgende dagen afwezig, vier dagen als hij in het weekend wacht liep. Door die taak aan een burgerfirma over te dragen, hebben we meer militairen ter beschikking voor trainingen. De wacht van dat specifiek kwartier wordt echter nog niet uitbesteed. Dit is maar een eenvoudig voorbeeld om de omvang van de uitdaging te schetsen.”

Het tweede voorbeeld: de testcase van de uitbesteding van de horeca van de Koninklijke Militaire School. Bij die reorganisatie kregen 42 militairen een nieuwe functie in keukens van andere kwartieren of op andere posten binnen de militaire school. “Niemand werd ontslagen, zo werken we niet”, benadrukt de CHOD. “De mutaties gebeurden pas na overleg met het betrokken personeel. We onthouden dit: 42 mensen uit de keuken komen overeen met 42 matrozen om een mijnenjager te bemannen of een infanteriepeloton … Dan stelt de keuze zich: besteed ik deze enveloppe personeel aan een bijkomende mijnenjager ofwel laat ik liever de horeca van de KMS uitvoeren door militairen?”

De chef Defensie is echter niet blind voor de risico’s van de uitbesteding zoals op het vlak van kwaliteit en flexibiliteit van de dienstverlening. Toch blijft hij overtuigd dat dit met goede contracten en door bij te sturen waar nodig tot een goed einde kan komen. “De uitbesteding kent haar kinderziekten en elke dag leren we bij. Een eenvoudig voorbeeld is de keuken van de KMS: specifiek voor de militairen die ’s nachts in Brussel patrouilleren zijn de maaltijden, de openingsuren en de organisatie aangepast. Zodra we een hapering merken, zoeken we een oplossing.”

 Voor heel wat militairen die bij de outsourcing betrokken zijn, is het vaak omwille van hun leeftijd niet meer mogelijk om naar een operationele eenheid terug te keren. Wat zal Defensie dan doen?

“Om dit voor het personeel zo goed mogelijk voor te bereiden, probeert Defensie de timing van de outsourcing te doen samenvallen met die van de pensioneringen”, legt de generaal uit. “Dat werkt niet honderd procent maar we zoeken oplossingen waarbij de prioriteit bij de mensen ligt. Dat is een gezamenlijk project waarbij DG MR de kalender van de uitbestedingen afstemt op die van DG HR, die aanvaardbare oplossingen zoekt voor de betrokken militairen.”

“Aanvaardbare oplossingen voor het personeel.”

Het plan voor de outsourcing van de militaire kwartieren

Langer werken

 De aanpassing van de pensioenleeftijd was voor de meeste militairen een bittere pil. De afwezigheid van een politieke beslissing zorgt voor onzekerheid bij het Defensiepersoneel. Wat denkt u hierover en wat wilt u aan de militairen zeggen?

We kunnen er niet omheen dat we op termijn langer moeten werken”, merkt generaal Compernol op. “In oktober 2016 kwam plots de beslissing om de militaire loopbaan te verlengen. Dat haalde voor heel wat militairen hun persoonlijke plannen overhoop. Het had ook een invloed op tal van lopende projecten en legde bovendien een hypotheek op de begrotingsplannen.”

De concrete uitwerking van die princiepsbeslissing ligt nu in handen van de Minister van Pensioenen. Toch buigt de Defensiestaf zich ondertussen al een jaar over dit dossier. Ze heeft aanvaardbare overgangsmaatregelen voorgesteld en duidelijkheid gevraagd over de invulling van de notie ‘zware beroepen’. “Ik denk dat de voorstellen in de goede richting gaan”, verzekert de chef Defensie. “We zouden moeten komen tot een meer geleidelijke, tragere en beheersbare overgang. Dit dossier raakt een groot deel van het personeel, aangezien vele collega’s hun pensioendatum naderen. De eindbeslissing blijft echter een politieke beslissing die we vol ongeduld afwachten.”

Betere werkomstandigheden

 Generaal, een andere onzekerheid bij het personeel vormen de infrastructuur en de kazernes.

Op 27 oktober 2017 werd bevestigd dat er tijdens deze regering geen enkele kazerne wordt gesloten uitgenomen degene waarover de vorige regering al had beslist. “Kazernes sluiten is een van de moeilijkste kwesties in een hervormingsplan”, bevestigt de generaal. “Geloof mij: daar gaan we niet licht over! Ik heb persoonlijk de grote sluitingen onder het vorige plan meegemaakt. Of men het nu wil of niet, de infrastructuur moet mee evolueren met de noden van de organisatie. Voor de goede werking van bepaalde capaciteiten is het nu eenmaal nodig om ze te reorganiseren, zonder eenheden op te doeken.”

Op 19 december 2017 werden de betrokken korpscommandanten, RSM’s en korpskorporaals ingelicht over de geografische herschikking van bepaalde eenheden. “De achterliggende gedachte bij het hervormingsplan van een aantal kazernes is het continu streven naar de meest efficiënte oplossing”, vertelt generaal Compernol. “Een klein, afgelegen kwartier vereist vijftig mensen, wat overeenkomt met een jaarlijkse kost van 2,5 miljoen euro. Dat moeten we afwegen tegenover onze verspreiding over het grondgebied, een van de aspecten die Defensie als werkgever aantrekkelijk maken. We bekijken wat er op dat vlak mogelijk is qua rekrutering en opleiding.”

“Tegelijk moet er dringend een inspanning gebeuren om de werkomstandigheden in de kazernes te verbeteren. Daarom hebben we 9,7 miljoen euro vrijgemaakt om in 2018 de infrastructuur van de kwartieren op te waarderen en zo de arbeidsomstandigheden te verbeteren.”

600 miljoen verloren of een miljard gewonnen?

De toekomst die de generaal schetst, lijkt resoluut positief. Alle keuzes zijn immers gericht op een betere werking. Met dezelfde blik bekijkt de CHOD de budgetten die de huidige regering aan Defensie toewijst.

“Aan het begin van de legislatuur hoopten we in de regeringsverklaring te lezen dat Defensie jaarlijks minstens het geïndexeerde budget van 2014 zou ontvangen. De budgettaire tabellen leerden ons echter dat Defensie tijdens de regeerperiode 1,6 miljard euro zou moeten besparen. Dat was dramatisch”, verklaart de CHOD. Er is sindsdien wel één en ander bijgestuurd. “Per jaar kwam er 100 miljoen bij om vroegere bestellingen te betalen, zoals de NH90-helikopter. Verder ontvingen we 200 miljoen euro, voornamelijk voor investeringsprogramma’s voor de uitrusting van militairen. Het programma voor nieuwe radio’s is het beste voorbeeld, maar ook het Franse satellietprogramma CSO (Composante Spatiale Optique), net als de uitrustingsprogramma’s voor de F-16 en de toekomstige A400M. Bovendien hebben we voortaan de toelating om de inkomsten die we zelf verkregen hebben uit de verkoop van materieel en infrastructuur of door diensten aan derden ook zelf te mogen gebruiken.”

Uiteindelijk bleef van de opgelegde besparing van 1,6 miljard euro over de hele regeerperiode nog ongeveer 600 miljoen euro over. “Men kan nog steeds betreuren dat we toch nog 600 miljoen euro moeten besparen over de legislatuur, maar die inspanning hebben we al achter de rug. Ik concentreer me liever op het zo goed mogelijk besteden van de teruggewonnen 1 miljard euro en op het verder stabiliseren en herstellen van ons budget. We moeten nu eenmaal erkennen dat de veiligheidssituatie veranderd is sinds 2014, zowel in België als in het buitenland. Toch blijf ik ervan overtuigd dat die verandering zich ook in budgetten zal vertalen”, besluit de generaal.

Resoluut positief, maar niet naïef

 Met alles wat u nu heeft aangehaald, wat is uw belangrijkste boodschap voor de militairen?

“Een boeiende job met een aantrekkelijk salaris.”

“Ik hoop dat het personeel beseft waar we naartoe gaan: betere arbeidsomstandigheden, nieuw materieel en massale rekrutering met een aantrekkelijk salaris”, vat de generaal samen. “Iedereen verdient graag meer en men heeft soms de neiging om te denken dat de werkomstandigheden en het loon beter zijn in de privésector. Wist je bijvoorbeeld dat een soldaat na zijn opleiding ongeveer hetzelfde verdient als een beginnende leraar of verpleger? Wij bieden een boeiende job met een aantrekkelijk salaris en aantrekkelijke carrièrekansen.”

“Al die dingen verdienen het om verteld te worden zonder een kritische geest te verliezen,” gaat de CHOD verder. “Aan de jonge militairen wil ik zeggen dat er grote veranderingen op til staan voor Defensie. Er liggen een hoop geweldige projecten voor ons die zich nu al aan het voltrekken zijn. Met een beetje geduld zal je dat binnenkort zelf merken op het terrein.”

“Aan de militairen tussen 35 en 50 wil ik toevoegen dat de toekomst van Defensie op hen rust. Jullie zijn de motor van de verandering met de invoering van het nieuwe materiaal, het gebruik ervan en de organisatie van Defensie. Jullie zijn de sokkel waarop alles rust. Blijf verder ervaring opdoen en gebruik die om deze transformatie tot een goed einde te brengen en de komende generaties op te leiden.”

“Tot slot richt ik mij tot mijn mannen en vrouwen vanaf 50 jaar: blijf vertrouwen in het systeem. Jullie inzet en ervaring zijn me dierbaar. Gebruik ze in het voordeel van de organisatie die jullie deze mooie carrière heeft geboden.”

“Alles is aanwezig om de toekomst van Defensie te verzekeren. De transformatie is niet alleen een zaak van de chefs. Iedereen kan en moet eraan meewerken want wij zijn allemaal tegelijkertijd ambassadeurs en aandeelhouders van Defensie. Samen zullen we erin slagen!”