Opération Vigilant Guardian

Artikel : Comopsland - foto's : Ritchie Sedeyn, Daniel Orban, Marc Ganser, Patrick Brion

Een blik van binnenuit – Sinds de terroristische aanslag van januari 2015 op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs, beveiligen onze militairen in steun van de politie gevoelige plaatsen in grote Belgische steden.

Door de operatie Vigilant Guardian (OVG) kwam Defensie in het algemeen en de Landcomponent in het bijzonder in de kijker te staan. De burger ziet en voelt het belang van een performante Defensie. De Landcomponent toonde in dit kader aan dat onze militairen zeer snel kunnen ingezet worden bij de verschillende gebeurtenissen.

Het Bataljon Carabiniers – Prins Boudewijn Grenadiers (1C-1Gr)  is sinds april 2015 betrokken bij de opdracht. Luitenant-kolonel Lieven Geeraert, bataljonscommandant, was er van bij het begin van de opdracht OVG bij. Initieel fungeert hij als korpscommandant vanuit de kazerne in Leopoldsburg, maar later zal een complete bataljonsstaf ontplooien in Brussel.

November 2015: inzet op niveau Bataljon

Luitenant-kolonel Geeraert legt uit:  “In 2015 bleef onze inzet relatief beperkt en konden we ons programma nog goed afwerken. In het najaar van 2015 vielen er enkele oefeningen weg, maar na de aanslagen van november (Parijs) kenden we een piek in de inzet van ons personeel. Alles moest vallen. Een van de Compagnies nam in november 2015 deel aan een certificatie-oefening (Certex) van de Ardense jagers in Bergen-Hohne. Deze compagnie werd meteen na de aanslagen van november in Parijs teruggehaald uit de oefening en onmiddellijk ontplooid in Antwerpen. Een dag later verhuisden ze naar Brussel. Op datzelfde moment  waren we met een detachement van de eenheid in het Zwitserse Thun voor een Computer Assisted Exercise (CAX). Daar kreeg ik een telefoon van de brigadecommandant dat we bij thuiskomst niet naar huis zouden gaan, omdat de inzet in OVG gevoelig verhoogd zou worden. We bleven dat weekend in de kazerne en stelden op niveau Bn een kleine crisiscel op om onze inzet van personeel te plannen.”

1C-1Gr werd op die manier ingezet met twee compagnies, een stafelement en het commando van het bataljon. De Commandopost van het bataljon werd ondergebracht in de kazerne van Peutie.

Lessen getrokken na 22 maart

Na de aanslagen van 22 maart op de Nationale Luchthaven in Zaventem en het metrostation in Maalbeek trekken de militairen belangrijke lessen. Geeraert: “Het werd duidelijk dat onze militaire principes van altijd een reserve, eenheid van commando en voltige noodzakelijk zijn om goed te kunnen reageren op dit soort incidenten. Toen werd beslist om alle compagnies in Brussel onder één bataljonscommando te plaatsen. Dit zenuwcentrum zou in de Koninklijke Militaire School in Brussel worden ondergebracht.”

De kolonel gaat verder: “De eenheid die het bataljonscommando levert, voorziet naast dit commando- en stafelement ook twee compagnies. De bataljonscommandant van het detachement B verzorgt de coördinatie en het commando voor alle ontplooide militairen in Brussel. Ikzelf coördineer op mijn niveau alle contacten met de verschilleden politiezones en met het Centraal Operatiecentrum van Defensie in Evere. Door deze opvolging en coördinatie kunnen we onze militairen die actief zijn in verschillende politiezones waarschuwen bij incidenten. Onze militairen werken in verschillende politiezones van de Lokale Politie, maar de metrostation vallen dan weer onder de bevoegdheid van de Federale Politie. Dit zorgt ervoor dat niet alle informatie snel genoeg passeert naar mensen die dit nodig hebben. Door de compagnies in Brussel onder één centraal commando te plaatsen kunnen we veel sneller linken leggen en communiceren over wat er boven – en ondergronds gebeurt. Deze eenheid van commando laat ons toe de militairen beter aan te sturen en optimaal in te zetten. Ook voor de politie is dit makkelijker, want zo hebben ze slechts één aanspreekpunt.”

Impact op de eenheid

Geeraert: “Sinds november 2015 is de impact van OVG op de eenheid enorm geworden: buiten één week CAX deden we geen enkele oefening van meer dan 4 dagen. Er waren evenmin nog oefeningen in het buitenland. Kortom, alle trainingsopportuniteiten vielen weg. In de praktijk worden onze mensen zo’n drie vierde van het werkjaar ingezet in OVG. Een van de personeelsverantwoordelijken werd bijvoorbeeld 126 dagen ingezet. Als je weet dat je dat bij het invullen van de belastingsbrief zo’n 220 werkdagen telt, dan betekent dit dat je een enorm aantal dagen operationeel werd ingezet.”

“Officieren en onderofficieren die toekwamen sinds juli 2015 hebben tot nu toe nog geen enkel groot manoeuvre kunnen doen,” zegt Geeraert.  “Ze kunnen niet trainen voor hun job als infanterist, we doen te weinig aan tactiek. De jongste kaderleden en vrijwilligers kennen enkel OVG. Dat is nefast voor onze militairen,” licht hij toe.

Impact op het personeel

Voor de militairen die deelnemen aan OVG is de opdracht helemaal niet evident.

Luitenant-kolonel Geeraert legt uit: “Onze militairen zijn veel van huis, gemiddeld zo’n 120 dagen van het jaar zijn ze aanwezig in Brussel. Maar dit is niet het grootste probleem. Er is ook de onzekerheid met betrekking tot de trainingskalender. De voorbije jaren wijzigde deze constant. Dit betekent dat onze soldaten vaak moesten klaarstaan voor een oefening die op het laatste moment geannuleerd werd wegens OVG. De politie kan namelijk beroep doen op een maximumfactuur aan militairen. Maar vaak is dat niet altijd nodig. In dat geval laten we een deel van de militairen in de kazerne. Deze militairen worden dan voorzien om deel te nemen aan oefeningen die quasi altijd geannuleerd werden. Onze militairen staan vaak, als ze niet zijn ingezet, op een lijst “notice to work” 4 uur. Dat betekent dat je binnen 4 uur tijd in de kazerne klaar moet staan voor een mogelijke inzet. Concreet betekent dit dat je bijna altijd beschikbaar moet zijn: een weekendje met de familie wordt al snel een probleem als je vanuit je weekendhuisje op enkele honderden kilometers van de kazerne toch op tijd moet klaarstaan. De grote verloven worden aan het personeel opgelegd: nu eens augustus, dan weer juli. Stel dat je een partner hebt die gebonden is aan het bouwverlof, dan betekent dit dat je apart verlof hebt. Dit alles zorgt ervoor dat de opdracht alles behalve eenvoudig is voor ons personeel.”

Groen is niet blauw

De militairen werken samen met en in steun van de politie. In de praktijk loopt deze samenwerking zeer vlot.

Geeraert: “Onze mensen worden overal goed ontvangen en verzorgd. Er zijn sommige hele mooie rustplaatsen, andere zijn vrij minimaal qua comfort. Maar hier geldt ook: wat je niet hebt, kan je niet geven. We doen het met de middelen en in de situaties zoals ze zijn.”

“Wel merken we dat militairen en politie een andere kijk hebben op de inzet van hun respectievelijke mensen. De politie wil vooral veel militairen om aanwezig te zijn in het straatbeeld. Zo kunnen hun politiemensen hun politiewerk optimaal doen. Als militairen willen we onze inzet echter ook optimaliseren. Dat betekent dat we ons niet al te statisch willen opstellen en zo met minder personeel voor evenveel veiligheid zorgen. Dezelfde graad van veiligheid, met minder personeel.”

Concreet zijn we nu een “personnel provider” in plaats van een “force provider”. We denken nu in aantallen, maar we zouden beter denken in effecten die we willen bereiken, zonder de taak van de politie te willen overnemen.”

Optimalisering

De stafofficieren van de Landcomponent bekijken continu hoe ze de militairen optimaal kunnen inzetten.

Geeraert: “We merken enerzijds het effect van de daling van 1500 naar 1200 militairen in november 2016. Anderzijds is er het initiatief van de Pool Defence Wide, een lijst van beschikbare militairen vanuit gans Defensie. Die zorgt hier en daar voor wat meer ademruimte.” Voorlopig is de bijdrage vanuit de Pool Defence Wide echter nog relatief beperkt.

Concreet zijn er nog tal van uitdagingen op de verschillende niveaus binnen de Landcomponent en Defensie om ervoor te zorgen dat de impact van OVG kleiner wordt. Het optimaliseren van de militaire inzet en op termijn taken weer aan de politie geven, blijven belangrijke factoren. Maar tot het zover is, zal de opdracht nog zeer zwaar wegen op het personeel, de eenheden en de andere opdrachten van de Landcomponent.