Effectieve leiders passen het ABC van de motivatie toe

Philip VAN IMPE

Een oudere collega vertelt hoe hij een tijdje geleden overgeplaatst werd naar het magazijn van de eenheid. Daar had hij niet om gevraagd. De geduldige uitleg van zijn eenheidscommandant dat het team daar versterking nodig had en dat hij een grote meerwaarde zou zijn, overtuigde hem niet helemaal. Hij begreep wel dat het magazijn behoefte had aan versterking. Maar hij bood zich niet echt van harte bij zijn nieuw team aan.

Schoorvoetend begint hij aan zijn nieuwe job. In het begin vindt hij het werk nogal eentonig. Hij stelt wel vast dat hij welkom is in zijn nieuw team. Zijn directe chef en zijn collega’s geven hem de tijd om zich in te werken en te wennen aan zijn nieuwe omgeving. Zijn takenpakket wordt geleidelijk aan uitgebreid zonder dat het teveel wordt. Hij begint zijn werk steeds boeiender te vinden. Bovendien gaat zijn directe chef heel correct met hem om en staat hij niet continu over zijn schouder mee te kijken. Hij vindt het plezant dat hij zelfstandig mag werken, vertrouwen krijgt en geapprecieerd wordt. Alhoewel hij zijn vroeger team af en toe mist, is hij vandaag heel tevreden in zijn nieuwe werkomgeving.

Intrinsiek motiveren

Een collega intrinsiek motiveren: hoe doe je dat?

Met zijn verhaal illustreert onze collega de zelf-determinatietheorie. Dat is een motivatietheorie die wetenschappelijk bewezen is en wereldwijd wordt toegepast. Zoals het woord aangeeft, willen mensen vooral zelf bepalen wat ze doen, ook binnen een strikt werkkader. Ze willen handelen vanuit een intrinsieke motivatie. Dat is de motivatie die vanuit henzelf komt. Tegenover intrinsieke motivatie staat extrinsieke motivatie die van buitenaf komt. In het geval van onze collega is zijn motivatie aanvankelijk vooral extrinsiek. Hij heeft niet gevraagd om de nieuwe functie maar volgt loyaal het bevel op van de eenheidscommandant. Naast die extrinsieke motivatieprikkel neemt de intrinsieke motivatieprikkel stilaan de bovenhand. Want de nieuwe job bevalt hem meer en meer. Onderzoek heeft aangetoond dat intrinsieke motivatie veel sterker is dan extrinsieke.

De zelf-determinatietheorie vertrekt vanuit de stelling dat, met betrekking tot motivatie, mensen drie psychologische behoeften hebben.

Ze willen autonomie (autonomy) of het idee dat ze zelf aan de basis liggen van hun eigen gedrag. Ze willen een gevoel van vrijheid om te doen wat ze willen doen. Onze collega weet natuurlijk dat zijn vrijheid in zekere zin een illusie is. Maar binnen zijn strikt takenpakket krijgt hij vertrouwen en kan hij groeien. Hij voelt zich ook niet overmatig gecontroleerd. Overmatige controle kan stresserend werken en motivatie en prestaties negatief beïnvloeden.

Daarnaast hebben mensen ook behoefte aan verbondenheid (belongingness). Ze willen zich verbonden voelen met anderen, tot een groep behoren en voor die groep ook iets betekenen. Het nieuwe team is blij met zijn komst en apprecieert zijn inzet. Wellicht heeft zijn chef de andere teamleden geïnformeerd over de potentiële meerwaarde van onze collega. Naarmate zijn verbondenheid groeit, zal hij zich ook meer identificeren met de nieuwe dienst. Dat versterkt de teamcohesie.

Tenslotte hebben mensen ook behoefte aan competentie (competence). Ze willen zich bekwaam of competent voelen. Competente mensen kunnen hun omgeving beïnvloeden. Er wordt eerder naar competente dan naar niet-competente mensen geluisterd. Naarmate hij ervaring opdoet, wordt het takenpakket van onze collega uitgebreid. Hij beseft dat dit betekent dat de teamchef en wellicht ook de andere collega’s hem bekwaam vinden. Dat is positief voor zijn zelfbeeld. Mensen met een positief zelfbeeld zijn meer gemotiveerd dan mensen met een negatief zelfbeeld.

Het ABC van de motivatie

Autonomy, Belongingness en Competence worden ook wel het ABC van de motivatie genoemd. De chef van het magazijn heeft dit ABC heel goed toegepast en zijn nieuwe medewerker intrinsiek gemotiveerd. Dat motiveren een kerncompetentie is voor elke leidinggevende staat buiten kijf. In de Visie op Leiderschap bij Defensie komen de woorden motivatie en motiveren liefst 20 keer voor.

Het competentiewoordenboek van Defensie vermeldt ‘anderen motiveren’ als een van de 29 gedragscompetenties. De uitleg van deze gedragscompetentie en de bijhorende gedragsindicatoren staan in de tabel hieronder. Het is een perfecte weergave van de zelf-determinatietheorie en het ABC van de motivatie.

Effectieve leiders willen hun medewerkers vooral intrinsiek motiveren. Ze besteden daarom voldoende individuele aandacht aan hun medewerkers. Ze kennen zowel de verbeterpunten als de kwaliteiten en aspiraties van elk teamlid. Ze willen dat hun medewerkers hun job graag doen en er steeds beter in worden. Ze willen dat elk teamlid zich gewaardeerd voelt door de anderen.

Het kan gebeuren dat medewerkers minder goed functioneren of zelfs hun motivatie verliezen. Dan zullen effectieve leiders nagaan hoe dat komt. Er kunnen natuurlijk externe redenen zijn waarop zij geen vat hebben. Maar het kan ook zijn dat het te maken heeft met de drie letters van het ABC van de motivatie. Een ABC-check is dan de eerste stap in het terug motiveren van deze medewerkers:

  • Geef ik binnen het takenpakket voldoende autonomie?
  • Voelen mijn medewerkers zich verbonden met hun team?
  • Worden hun competenties erkend en geapprecieerd?