« Enhanced Forward Presence »

Artikel : Comopsland – foto's : Comopsland, Christian Decloedt

De annexatie van het Oekraïense schiereiland De Krim in 2014 en de steun van Rusland aan pro-Russische separatisten in Oekraïne alarmeert de oostelijke lidstaten van de NAVO in die mate dat de bondgenoten tijdens de NAVO-top in juli 2016 te Warschau besluiten om de militaire aanwezigheid in de Baltische gebieden te versterken.

Deze versterking vertaalt zich in een zogenoemde ‘Enhanced Forward Presence’ (eFP), wat neerkomt op vooruitgeschoven multinationale Battle Groups die zich in de Baltische staten en Polen bevinden. Per staat is er een leidinggevende natie voor iedere Battle Group. Zo voert Groot-Brittannië het bevel in Estland, Canada in Letland, Duitsland in Litouwen en de Verenigde Staten in Polen.

België engageert zich voor deze NAVO-opdracht door een honderdtal militairen uit het 18e en 29e  Bataljon Logistiek af te vaardigen naar Litouwen. Ook maken diverse steuneenheden, zoals de Movement Control Group, de Military Police Group, de 6e Groep Communicatie- en Informatiesystemen en het 1ste Element voor Medische Interventie, deel uit van de Battle Group in Litouwen. De Belgen staan onder een Duits commando in de garnizoensstad Rukla, gelegen op een kleine honderd kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Vilnius.

De Belgische militairen leiden een multinationale logistieke compagnie (met Duitsers, Nederlanders en binnenkort, Luxemburgers) en leggen zich vooral toe op het transporteren van het materieel en zware voertuigen van de bevriende mogendheden betrokken bij eFP. Ook verzorgen ze de logistieke bevoorrading en het onderhoud van de voertuigen, en dit voor de ganse Battle Group.

Zowel lichte als zwarte voertuigen worden door twee Belgische pelotons getransporteerd. Zo wordt het transport van de containers verzekerd door een peloton lichte voertuigen bestaande uit 10 ALC-vrachtwagens met aanhangwagen en enkele vrachtwagens type Astra.

Daarnaast verzorgt het peloton zwaar transport met zes diepladers (type Scania). Ze krijgen bij het transport van deze zware voertuigen de steun van hun Duitse collega’s.

Naast deze twee transportpelotons beschikt de Compagnie ook over een peloton bevoorrading en diensten die de Battle Group steunt. Dat gebeurt zowel in trainingsverband als in reële omstandigheden. Tenslotte is er een peloton maintenance dat zowel voor het onderhoud als voor het evacuarene en bergen van de voertuigen van de Battle Group instaat.

Het Belgische detachement, dat in februari 2017 als eerste in Litouwen arriveerde, steunde de ontplooiing van de andere contingenten. Zo werden meerdere treinen gelost aan de laadkaai van Sestokai (op 150 kilometer van Rukla) en werd er materieel weggebracht van en naar Rukla.

Ondertussen voerden de militairen diverse taken uit. Zo loste het peloton zware voertuigen, op speciaal verzoek van Amerikaanse collega’s, voertuigen van een trein. Bovendien transporteerden de Belgen de Amerikaanse voertuigen naar een nabijgelegen treinstation in Gaizunai.

De Belgische militairen werken in tenten in een Litouws artilleriebataljon. Slapen gebeurt met  acht personen op een kamer in een kazerne van het Litouwse leger. De kamer herbergt een mix van verschillende nationaliteiten.

De samenwerking met het gastland Litouwen is een belangrijk aspect in deze opdracht. De relaties tussen de Litouwers en de Belgen is zeer goed. Ook wordt het professionalisme van onze militairen erkend door zowel de Litouwers als de andere naties van de Battle Group. Ze beseffen dat het Belgische detachement een belangrijke factor is in het uitvoeren van de NAVO-opdracht.

Na de ontplooiingsfase van de andere deelnemende NAVO-landen vertaalt de logistieke steun zich meer naar reële steun, maar ook naar trainingen, zowel van logistieke aard als bijvoorbeeld de OVG-kwalificatie van het eigen personeel. Ook in het kader van oefeningen voert het detachement veel transport uit. De oefenterreinen liggen verspreid over het land en zijn gemiddeld 100 kilometer verwijderd van Rukla. Met een aanwezigheid van 1200 militairen, 120 containers en meer dan 200 voertuigen, zullen de taken in Rukla ongetwijfeld blijven binnenstromen.

De onbekende rol van de Movement Control Group

Wat betekent “Enhanced Forward Presence” voor de Movement Control Group?

Vrijdag 27 januari 2017, vijf uur ‘s morgens… het contingent komt aan op de luchthaven in Melsbroek. Daar worden ze opgewacht door het personeel van de Movement Control Group, die verantwoordelijk is voor de ontplooiing naar Litouwen. Enkele dagen voordien zijn de eerste Belgische militairen van het detachement eFP al richting de Baltische staat vertrokken.

In de weken en dagen daarvoor had de Movement Control Group de handen vol gehad met de voorbereiding van de beweging vanuit België naar het Litouwse Rukla.

Bij aankomst de luchthaven in Palanga was het personeel van de Movement Control Group aanwezig om de collega-militairen op te wachten en verder te begeleiden. Ondertussen werd het schip ontladen dat de voertuigen had overgebracht vanuit de haven in Antwerpen naar de Litouwse haven Klaipeda.

Eenmaal aangekomen in Rukla zat de initiële taak van de Movement Control Group-ploeg erop. De strategische ontplooiing vanuit België was tot een goed einde gebracht. Toch heeft de Movement Control Group nog andere taken in Litouwen. Op het niveau van het hoofdkwartier zorgen ze niet enkel voor de steun aan het Belgisch detachement maar ook voor de strategische ontplooiing van de andere deelnemende NAVO-landen. De hoofdkrachtinspanning ligt bij de ontplooiing van het Duitse contingent. Niet minder dan acht treinen (3,5 kilometer in totaal) werden gelost in Sestokai. Daarna wordt hetzelfde manoeuvre uitgevoerd door de Nederlanders en Noorse collega’s.

Opdat al deze bewegingen tot een goed einde kunnen komen, zorgen ze met steun van LTU MP en MovCon ervoor dat alle nodige documenten tijdig worden overgemaakt aan de lokale autoriteiten, alle nodige verkenningen worden uitgevoerd van de reiswegen, opmaken van route-tijdtabellen.

Een ding is duidelijk: de Movement Control Group staat in Litouwen zeker niet alleen ten dienste van de Belgische collega’s. Ze kunnen ook opdrachten uitvoeren in steun van de andere NAVO-partnerlanden. En dat wordt door hen zeker en vast geapprecieerd. Velen prijzen de flexibiliteit, diplomatie, vak- en talenkennis en professionalisme van de Belgen aan, wat ervoor zorgt dat er een solide basis wordt gelegd worden voor het welslagen van de NAVO-opdracht eFP.