Studierichting Defensie en Veiligheid

Guillaume VAN EYLEN

De attritie van de kandidaten is en blijft een uitdaging waar we oplossingen voor moeten zoeken. Eén van de oplossingen die momenteel naar voren wordt gebracht, is de studierichting “Defensie en Veiligheid” in het secundair onderwijs.

16 middelbare scholen in Vlaanderen namen die studierichting sinds het begin van het schooljaar 2021-2022 op in hun lesplan. Defensie nam het initiatief voor dit project, met als doel leerlingen van het vijfde en zesde middelbaar voor te lichten over en voor te bereiden op een van de veiligheidsberoepen van de verschillende partners: Defensie, de bewakingssector, de brandweer, het gevangeniswezen en de politie.

De opleiding, waar de scholen al een paar jaar op wachten, is nu al een enorm succes. Zo’n groot succes zelfs dat de Vlaamse onderwijsautoriteiten de inschrijvingen voortijdig moest afsluiten omdat de richting volzet was. 27 klassen openden hun deuren voor niet minder dan 550 leerlingen. Dat aantal zal volgend schooljaar verdubbelen met de overgang naar het zesde middelbaar.

Het doel voor Defensie is de attritie van de kandidaten, hoofdzakelijk vrijwilligers, te verminderen. Acculturatie en voorlichting van de leerlingen zijn daarin sleutelelementen. Er is ook een reëel potentieel omdat dit een doelgroep is die reeds belangstelling heeft getoond voor het gebied van de veiligheid.

Drie modules, drie activiteiten

Het programma van het onderdeel Defensie, goed voor 177 lesuren en 35 procent van de richting, maakt Defensie tot de grootste partner. De lessen zijn verdeeld over drie modules: informatie en oriëntatie, selectie en rekrutering en militaire competenties en waarden.

De eerste module moet de leerlingen een realistisch beeld van Defensie geven door bezoeken aan eenheden, briefings door experten of lessen over de beroepsmogelijkheden. De leerling is daardoor beter geïnformeerd en kan zich terdege oriënteren.

De tweede module is specifiek gericht op informatie over de rekruteringsprocedure en begeleiding, zodat de leerling, hopelijk een toekomstige sollicitant, zich kan voorbereiden op de selectieproeven.

De derde module, de grootste, is rechtstreeks gericht op de acculturatie door een geleidelijke ontwikkeling van militaire competenties. Het gaat hierbij om lessen zoals kaartlezen, het recht der gewapende conflicten, driloefeningen, tactiek, maar ook over de rol van Defensie op nationaal en internationaal vlak, over de band tussen Defensie en haar verschillende partners zoals de NAVO of de Europese Unie en om lessen over hedendaagse en vroegere Defensieoperaties. De leerling bereidt dus zijn eigen terrein voor, wat de cultuurschok bij de inlijving zal verzachten en hopelijk de attritie zal verminderen. De module geeft de leerling ook de mogelijkheid om na de inlijving een ingekorte MIF in het CBOS te volgen.

De lessen worden gegeven onder de vorm van drie verschillende activiteiten:

  • Binnenschoolse activiteiten: theoretische lessen die militairen in de school geven en waarvan de inhoud is gecoördineerd met het Vlaamse onderwijs. Zo zullen leerlingen bijvoorbeeld een les krijgen over het recht der gewapende conflicten, naast de traditionele lessen zoals wiskunde of Engels.
  • Buitenschoolse activiteiten zoals bezoeken die de leerlingen in staat stellen zich voor te bereiden op een mogelijke keuze op basis van hun interesses voor de verschillende componenten en/of vakrichtingen.
  • Buitenschoolse activiteiten in de vorm van driedaagse kampen die tweemaal per schooljaar en per klas worden georganiseerd. Tijdens de kampen kunnen de leerling enerzijds meer praktijklessen volgen en anderzijds het militaire leven ervaren. Kaartlezen, driloefeningen, tactiek, bivak en militaire sporten staan op het programma. Tijdens die activiteiten wordt ook de nadruk gelegd op de waarden van Defensie en om leren de leerlingen in groep te leven.

Het personeel en de middelen

Er een aanzienlijke behoefte aan omkaderend personeel en er moeten veel kampen worden georganiseerd om dit project te kunnen verwezenlijken. Het personeel, de leerkrachten, bestaat hoofdzakelijk uit militairen van het reservekader. Die keuze is heel logisch: ten eerste is een groot aantal reservisten afkomstig uit het onderwijs. Aangezien het doelpubliek bestaat uit leerlingen van 16-18 jaar is dit een troef als we willen zorgen voor een pedagogische aanpak die is aangepast om hun belangstelling te wekken en vooral te behouden. Ten tweede zijn veel van de zestig mensen die momenteel in de pool zitten oud-militairen van het actief kader die over voldoende kennis beschikken om de opleiding met succes te geven.

De voorbereiding van de leerkrachten gebeurde op basis van twee pijlers. Enerzijds was er een pedagogische voorbereiding voor wie nog niet over die competentie beschikte in samenwerking met het departement People and Management Skills van het Defensiecollege (Koninklijke Militaire School) en met het onderwijzend personeel van de Vlaamse scholen die de richting Defensie en Veiligheid aanbieden. Anderzijds waren er Train-the-Trainer-sessies met een tweeledig doel: de bekwaming van het personeel waarborgen en de lessen standaardiseren om de samenhang ervan te garanderen.

De kampen zullen centraal in Leopoldsburg en Lombardsijde worden georganiseerd, maar ook binnen de eenheden. Dat moet ontmoetingen met militairen met uiteenlopende ervaring stimuleren, bezoeken aan de infrastructuur mogelijk maken en de kans bieden om dicht bij het materieel te komen. Daarnaast zullen ze een programma volgen dat aansluit bij de leerdoelstellingen van de studierichting. Het is deze korte maar herhaalde onderdompeling die hun keuze voor Defensie moet versterken en tegelijk een geleidelijke voorbereiding moet garanderen.

De ingezette middelen komen grotendeels van buiten de eenheden. Defensie stuurt wel een oproep op vrijwillige basis naar het personeel van het actief kader om, mits akkoord van de korpscommandant, de omkadering tijdens de kampen te versterken en de rol van ambassadeur van Defensie en haar eenheden te vervullen.

In Wallonië wordt hetzelfde project uitgewerkt. Hoewel het protocolakkoord nog niet is ondertekend, is het niet gedurfd om te stellen dat de studierichting aan het begin van het volgende schooljaar zal opstarten. De formule zou vergelijkbaar zijn, behalve dat de lessen over drie jaar zouden worden gegeven in plaats van over twee zoals in Vlaanderen.

Defensie werkt al enkele jaren aan dit project. Het feit dat de MOD, de CHOD en de commandanten van de componenten het hebben goedgekeurd, betekent dat ze erop vertrouwen dat het de attritie in het algemeen zal verminderen en de eenheden in het bijzonder in staat zal stellen om aan hun eigen rekrutering deel te nemen met een terugverdieneffect van hooguit twee jaar.

De AROBD
De AROBD
Organisatiecultuur
Organisatiecultuur
VDTech
VDTech