Nationale Feestdag, editie 2018

Tekst & foto's: Defensie
Voorwoord van de Chef Defensie

Dames en heren,

 

Onze Nationale Feestdag werd in 1890 vastgelegd op 21 juli, de dag waarop koning Leopold I in 1831 als eerste Koning der Belgen de grondwettelijke eed aflegde. Voor Defensie is vandaag geen dag als een andere. Het is immers naast een dag van tradities en symbolen eveneens de dag bij uitstek dat Defensie zich aan de buitenwereld toont.

 

We brengen onze mannen en vrouwen voor het voetlicht die, elke dag opnieuw, meer dan hun steentje bijdragen aan een veilige wereld. Zorgen voor een veilige wereld begint heel ver weg van hier maar loopt door tot in de straten van onze steden. We tonen tijdens het defilé niet alleen onze mensen, maar eveneens een deel van onze uitrusting van vandaag en ook een beetje die van morgen.

 

Het centrale thema van dit defilé is ‘respect voor het verleden, vertrouwen in de toekomst’. Honderd jaar na het beëindigen van de Grote Oorlog brengen we hulde aan de miljoenen soldaten die tijdens die verschrikkelijke oorlog de ultieme prijs betaald hebben. Verschillende internationale detachementen zullen daarom samen met onze eigen soldaten voor u defileren.

 

Kijkend naar de toekomst is het verder inzetten op die internationale samenwerking de enige weg vooruit. Internationaal samenwerken zit in het DNA van de militair. Samenwerkingen in de vorming, de opleiding, de training en tijdens operaties zijn vandaag niet meer weg te denken bij Defensie. Die internationale verankering komt zowel tijdens het defilé op de grond als in de lucht aan bod.

 

Belangrijke contracten voor de vernieuwing van de uitrusting staan op stapel en geven mee gestalte aan de toekomst van Defensie. Een toekomst die opnieuw perspectief biedt aan onze soldaten van vandaag, maar ook aan de soldaat van morgen.

 

Graag een woord van dank aan onze militairen en hun families. Vele collega’s zullen voor u defileren, anderen zijn ingezet in buitenlandse operaties. Nog anderen werken vandaag schouder aan schouder met de politie en de hulpdiensten achter de schermen. Zij maken het mogelijk dat de festiviteiten van vandaag veilig kunnen verlopen. Allemaal belangrijke schakels in de veiligheid van ons allen.

 

Ik wens u allen een aangename Nationale Feestdag en dank u voor uw interesse en aanwezigheid.

Marc Compernol
Generaal
Vleugeladjudant van de Koning
Chef Defensie

De Landcomponent

In navolging van de Strategische Visie van de regering, zal de Landcomponent vanaf dit jaar een grondige gedaantewisseling ondergaan.

 

Eerst en vooral werd de Lichte Brigade op 3 juli het Special Operations Regiment met een nieuw hoofdkwartier in Heverlee. Die transformatie was nodig om de capaciteiten in dat domein te versterken. Tegelijkertijd kwam er een operationeel commando voor speciale operaties, in samenwerking met Nederland en Denemarken.

 

De gedaantewisseling van de Landcomponent gaat verder met de transformatie van de Medium Brigade in een Gemotoriseerde Brigade. De commando-elementen in Marche-en-Famenne en Leopoldsburg zullen voortaan rechtstreeks hun eigen steuneenheden bevelen: artillerie, verkenning, genie, logistiek en transmissies. Die integratie zal de samenhang tussen onze eenheden versterken en zorgen dat ze verschillende specialiteiten beter gezamenlijk kunnen inzetten.

De evolutie van de Landcomponent moet natuurlijk gepaard gaan met een adequaat moderniseringsprogramma voor het materieel. Dat zal voornamelijk gebeuren via strategische partnerschappen met onze belangrijkste bondgenoten.

 

In de komende jaren zal onze belangrijkste uitdaging de rekrutering zijn. Performant materieel zonder personeel om het te bedienen heeft immers weinig nut. Tonen dat we een aantrekkelijke werkgever zijn, massaal rekruteren en de jonge rekruten opleiden worden binnenkort de belangrijkste doelstellingen van de Landcomponent.

 

Al die veranderingen moeten uiteindelijk de Landcomponent versterken als garant voor verdediging en veiligheid. Een garant voor België en zijn bevolking!

Marc Levenbergh

De Medische Component

Honderd jaar geleden, in het laatste jaar van de Grote Oorlog, woedde WO I in alle hevigheid. Brancardiers, verpleegkundigen en artsen boden levensreddende hulp aan de vele gewonden. Ook vandaag zijn de militairen van de Medische Component paraat om de slachtoffers van conflicten te verzorgen. Sinds het einde van de Koude Oorlog beschikken we door jaren van inzet tijdens operaties over heel wat bekwame mensen met veel ervaring.

 

Het personeel is de grootste rijkdom van Defensie. Daarom vormt gezondheid een van onze prioriteiten. Een militair die niet blaakt van gezondheid kan zijn opdracht niet naar behoren uitvoeren.

 

De Medische Component biedt medische ondersteuning tijdens militaire operaties, tijdens opleidingen en trainingen van het volledige personeel en tijdens nationale hulpacties, bijvoorbeeld bij rampen.

Tijdens buitenlandse operaties moeten militairen op een medische ondersteuning van dezelfde kwaliteit als in eigen land kunnen rekenen. De Medische Component zorgt daar voor eerstelijnszorg, gespecialiseerde ondersteuning, medisch-logistieke bijstand, dierengeneeskunde en controleert de hygiëne.

 

Om de militairen op hun opdrachten voor te bereiden, zorgt de Medische Component voor hun selectie en opvolging. Ze helpt hen ook om hun medische geschiktheid op peil te houden en te herstellen. Verder organiseert de Medische Component de basisopleidingen en voortgezette cursussen eerste hulp voor alle militairen.

 

Omdat het militaire beroep zo bijzonder is, vormt de Medische Component in eigen land een aanvulling op de burgerlijke geneeskunde, zowel voor de eerstelijnshulp als in bepaalde ziekenhuisspecialismen.

Inge Belmans

De Marine

Vandaag twijfelt niemand nog aan het belang en de relevantie van de Marine op internationaal vlak. Zeker niet als je weet dat negentig procent van het goederentransport en de welvaartstromen via maritieme weg gebeurt.

 

Als onderdeel van de Belgische Defensie zorgt de Marine voor de veiligheid op en vanop zee. We zetten onze middelen onder andere in om havens te beschermen en bewaken, explosieven te ruimen, terrorisme te bestrijden, zeehandelsroutes vrij te houden en tijdens reddingsoperaties.

 

Met doeltreffende middelen, hoogtechnologisch materieel en gemotiveerd en hoogopgeleid personeel vormt de Marine een essentiële schakel binnen de Belgische Defensie. Dankzij de Marine wappert de Belgische vlag op alle wereldzeeën. Van onze territoriale wateren tot voorbij de Oostzee en de Indische Oceaan geven onze bemanningen blijk van doorgedreven competenties en polyvalentie aan boord van patrouillevaartuigen, mijnenjagers, steunschepen en fregatten.

Voortdurend bewijst de Marine haar bekwaamheid tijdens internationale maritieme operaties. Zo speelden onze fregatten een belangrijke rol in de bescherming van handelsschepen tegen piraterij en de bestrijding van mensen- en wapensmokkel in de Middellandse Zee. Bovendien nemen onze mijnenjagers elk jaar in een NAVO-eskader deel aan ontmijningscampagnes, van de Baltische tot de Middellandse Zee.

 

Ons devies ‘Non multa sed multum’ bevestigt het: niet de kwantiteit, maar de kwaliteit is essentieel.

Ward De Grieve

De Luchtcomponent

De Luchtcomponent staat voor grote uitdagingen. Enerzijds lopen de verschillende luchtoperaties door en anderzijds wordt er volop gewerkt aan de vervanging en modernisering van de vloot.

 

Onze F-16’s hebben het afgelopen jaar niet alleen de beveiliging van het Benelux-luchtruim op zich genomen, in een beurtrol met de Nederlandse luchtmacht. Ze namen tegelijkertijd ook deel aan buitenlandse opdrachten. Ze zijn teruggekeerd van de operatie Desert Falcon in Jordanië (juli 2016-december 2017) met een balans van 605 opdrachten, 1.235 sorties en 6.080 vlieguren. Daarnaast vlogen de F-16’s vanuit Estland om het Baltische luchtruim te beveiligen in het kader van de NAVO-opdracht Enhanced Air Policing Mission (EAPM).

De NH90 TTH Caiman is voor het eerst in een buitenlandse operatie ingezet. Vanaf de luchthaven van Gao in Mali worden de twee helikopters ingezet om medische evacuaties uit te voeren voor de VN-macht MINUSMA. Andere opdrachten zijn transporten en gewapende escorte. (Ze opereren binnen een straal van 150 kilometer bij dag en 100 kilometer bij nacht en dit zeven dagen per week, 24 uur per dag.) Voor de C-130 is de deelname aan de MINUSMA de laatste volledige operationele ontplooiing. Alles samen hebben de Belgische C-130’s immers al meer dan 250.000 uur gevlogen. Die toestellen worden vanaf 2020 vervangen door de nieuwe A-400M.

 

Terwijl de NH90 TTH zijn eerste buitenlandse opdracht uitvoert, nemen we afscheid van een helikoptericoon. De Sea King, die instaat voor de search and rescue-opdracht (SAR), zal na veertig jaar trouwe dienst in maart 2019 zijn laatste vlucht vliegen. Tegen dan zal de NH90 NFH Caiman de SAR-opdracht volledig overnemen.

Jo Heylens

Mali (Koulikoro)

Op 20 juni 2013 besliste de ministerraad dat België militairen zou leveren voor de European Union Training Mission (EUTM) voor Mali. Het Belgische beschermingsdetachement EUTM 17 07 bestond uit een honderdtal militairen, waaronder enkele stafofficieren in de hoofdkwartieren van Bamako en Koulikoro. Het detachement Force Protection werd geleverd door het Bataljon Carabiniers Prins Boudewijn – Grenadiers uit Leopoldsburg, aangevuld met logistieke, medische en transmissie steunelementen.

 

Van 21 augustus 2017 tot januari 2018 stonden ze in voor de beveiliging van het trainingscentrum van Koulikoro, in nauwe samenwerking met de Malinese strijdkrachten. Bijkomend beschermde het detachement Force Protection de instructeurs, het EUTM-personeel en de infrastructuur tijdens de gecentraliseerde en gedecentraliseerde trainingen. De militairen escorteerden ook konvooien tussen Bamako en Koulikoro. Daarnaast vormden ze een snelle-interventiemacht die bij incidenten op korte termijn ingezet kon worden.

 

Het infanteriebataljon uit Limburg was hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Voor de Carabiniers-Grenadiers was dit al de tweede bewakingsmissie in Mali. Als gevechtseenheid namen ze al deel aan VN-vredesmachten in Kroatië, Bosnië en Libanon en aan NAVO-stabilisatiemachten in Bosnië-Herzegovina, Kosovo en Afghanistan.

Het Bataljon Carabiniers Prins Boudewijn – Grenadiers is een infanterie-eenheid die deel uitmaakt van de Gemotoriseerde Brigade. Ze zijn gekazerneerd in de Limburgse garnizoensstad Leopoldsburg. Als gevechtseenheid maken ze gebruik van lichte pantservoertuigen van het type Dingo, vooral om zich op het terrein te verplaatsen. Tijdens hun operaties werken de infanteristen voornamelijk te voet in diverse terreinen zoals steden en bossen.

 

De gefuseerde eenheid draagt een roemrijk verleden met zich mee. Het bewijs hiervan is het aantal vermeldingen op haar vaandel:

  • Veldtocht 1914-18
  • Antwerpen
  • IJzer
  • Tervaete
  • Steenstrate
  • Passendale
  • Westrozebeke
  • Rumbeke
  • Slag van Belgïe

Doordat het citaat ‘Passendale’ op hun vaandel pronkt, mochten de Carabiniers-Grenadiers als Belgische eenheid deelnemen aan de herdenkingsplechtigheden voor de Derde Slag bij Ieper. Op Tyne Cot en onder de Menenpoort stonden zij trots langsheen Britse en Canadese eenheden. Een detachement Carabiniers-Grenadiers vertegenwoordigde ons land zelfs aan de voet van het graf van de Onbekende Soldaat in de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington.

 

Wegens hun heldhaftige strijd voor vorst en vaderland tijdens de Eerste Wereldoorlog mogen de militairen van dit glorieuze bataljon de nestel van de Leopoldsorde 2e klasse dragen. Van 1881 tot 1891 diende de broer van Koning-Ridder Albert I zowel bij de Grenadiers als de Carabiniers. Maar liefst vier gewezen koningen droegen het grenadiersuniform: Leopold II – die het keurregiment in 1837 oprichtte – prins Boudewijn van België, Albert I en Leopold III. De hedendaagse Carabiniers-Grenadiers zijn trots op hun band met het koningshuis, hun tradities en de heldendaden van hun voorgangers.