Zonne-energie Kit: Onder de zonnestralen van Lokandu

Artikel : Jean-François Dubois – foto's : Det Gn Lokandu

De energietransities die de toekomst voorziet, zullen onvermijdelijk een impact hebben op Defensie. Het gebruik van hernieuwbare energie maakt deel uit van het werk van het personeel in het milieudomein en verenigt zowel ecologie, economie als operationaliteit. De implementatie van het energieproject eind 2016 voor het Detachement Genie in de Democratische Republiek Congo getuigt hiervan. De tijd is rijp voor een eerste beoordeling voor kapitein Thierry Rucquoy en adjudant Peter Laureys, milieucoördinatoren binnen het stafdepartement Operaties en Training (ACOS Ops & Trg).

Van een eindwerk tot realisatie in Centraal Afrika

Een fotovoltaïsche installatie verzekert vanaf nu de energieonafhankelijkheid van het kamp van Lokandu. Zij bestaat uit 48 zonnepanelen, een batterijpack, een omvormer, een regeleenheid en een laptop.

Dit eilandsysteem voorziet de nodige energie voor de woning van onze 7 vertegenwoordigers van de constructiegenie die instaan voor de coaching van hun Congolese collega’s, evenals de energie van het bijhorende waterzuiveringsstation. Het eindwerk van kapitein Rucquoy kadert in de milieustudies en ligt aan de basis van dit project. Het stafdepartement Operaties en Training (ACOS Ops & Trg) drukte de wens uit om de productie en het gebruik van duurzame energie te ontwikkelen. De divisie Communicatie & Infrastructuur van de Algemene Directie Material Resources (DGMR C&I) en de Field Accommodation Unit (FAU) realiseerden dit project samen onder de coördinatie van adjudant-chef  Christophe Moyen (ACOS Ops&Trg Div Sp/Sec Infra Ops).

Milieucoördinator C. Moyen beklemtoont: “Adjudant Pascal Gossiaux en de Adjudant-Chef Pascal Gillis hebben via hun terreinervaring een hun technische kennis de onontbeerlijke elementen aangeleverd om dit project tot een goed einde te brengen.

Van fossiele brandstof naar Ra

Men hoeft geen expert te zijn in het oude Egypte om de inherente voordelen van hernieuwbare energie vast te stellen.

Laten we beginnen met geld, zijnde een belangrijke drijfveer van de oorlogsvoering. Het verbruik van 70l brandstof per dag evenals de overige werkingskosten vereisen een maandelijks budget van 4000€. De investeringskost voor het zonne-eiland bedraagt 38673€ en vraagt quasi geen werkingskosten. Rekening houdend met de fluctuerende olieprijs betaalt de installatie zich bijgevolg binnen de 10 tot 11 maand terug.

Volgens adjudant Laureys zijn de voordelen op milieuvlak talrijk: een verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, een lagere ecologische voetafdruk, geen afvalproductie tijdens de uitbating, geen uitstoot van broeikasgassen en tot slot geen risico op bodem- en waterverontreiniging. Ook de geluidsverontreiniging verdwijnt, wat de druk op de lokale fauna vermindert en de levenskwaliteit van de omwonenden verbetert. De afwezigheid van lawaai zal uiteraard ook een tactisch voordeel opleveren.

Wat veiligheid betreft vermindert deze energieomschakeling de brand- en explosierisico’s evenals de risico’s verbonden aan het transport (ongelukken en/of aanvallen van de konvooien) en de omschakeling maakt militaire capaciteit vrij op het vlak van de herbevoorrading; zowel logistiek als voor de bijhorende force protection.

Slechts vier militairen kunnen op tien dagen zorgen voor het transport en het opstellen van de installatie en dat met militaire middelen. Dit laat een snelle herontplooiing toe in een ander theater zonder grote kosten.

Last but not least, sluit dit project voor het verlagen van de ecologische voetafdruk zich aan bij de het milieuactieplan van Defensie.

Naar een zonnige toekomst

Een volledige omschakeling in energievoorziening, weg van fossiele brandstoffen blijft momenteel een illusie maar de sterke toename van dergelijke initiatieven en de combinatie van verschillende hernieuwbare energiebronnen zullen dit op termijn mogelijk maken. Ook de NAVO en  de European Union Military Staff (EUMS) nemen momenteel initiatieven in deze richting.

Gezien het actuele rendement kan dit pilootproject enkel toegejuicht worden met de hoop op verdere investeringen van dit type.

De gemiddelde levensduur van een dergelijk systeem is 25 jaar, tijdens die periode zullen meer dan voldoende concrete gegevens verzameld worden. Kapitein Rucquoy, opsteller van het eindwerk, legt uit: “Met de verkregen gegevens stellen we later een dossier ‘Infra Ops: productie van zonne-energie in operaties’ op. Het installeren van dergelijke systemen zal onder andere toelaten om de kennis en ervaring van het personeel met betrekking tot deze nieuwe technologieën te laten ontwikkelen”.

Momenteel vindt er overleg plaats om bijkomende fotovoltaïsche productiecapaciteit te verwerven onder de vorm van “Zonne-energie Kits”, vergelijkbaar met de installatie in Lokandu, die onderling verbonden kunnen worden om een grotere productie mogelijk te maken voor grotere kampen.