Zevenduizend vlieguren boven Irak en Syrië

Artikel: Stijn Verboven – foto’s: Malek Azoug

De Belgische F-16’s hebben tijdens operatie Desert Falcon (ODF) de kaap van zevenduizend vlieguren gerond. Sinds oktober 2014 voeren de toestellen opdrachten uit boven Irak en later Syrië. Daar geven ze luchtsteun aan grondtroepen, vallen ze doelwitten van Islamitische Staat (IS) aan en voeren ze verkenningsopdrachten uit.

Snow City: een helwitte vlek middenin de vaalbruine Jordaanse woestijn en tevens de naam van de Belgisch-Nederlandse basis van waaruit dagelijks F-16’s vertrekken voor opdrachten in Irak en Syrië. Om een beter zicht te krijgen op hoe zo’n operatie er op het terrein precies aan toegaat, bezochten Defensieminister Steven Vandeput en de leden van de parlementscommissie voor Defensie op 20 maart de basis.
De minister en parlementsleden waren er dan ook bij toen de F-16 landde die net het zevenduizendste uur had gevlogen. Een memorabel moment voor de operatie, maar minder spectaculair voor de piloot zelf, die er net een marathonvlucht van vijf uur op had zitten. “Ik weet van deze middag dat ik het zevenduizendste uur heb gevlogen, maar het is natuurlijk wel een mijlpaal.”

Hoogtechnologische wapens

Zevenduizend vlieguren, dat betekent zevenduizend uur lang luchtsteun geven aan grondtroepen, doelwitten van IS aanvallen en verkenningsopdrachten uitvoeren boven Irak en sinds 2016 ook boven Syrië. Om die opdrachten naar behoren uit te kunnen voeren, beschikken de F-16’s over technologische extraatjes, zoals de sniper pod. Die buis onder het toestel bevat een krachtige visuele en infraroodcamera waarmee de piloot doelwitten kan identificeren. Ook de piloot zelf is hoogtechnologisch uitgerust. Zijn helm heeft niet zomaar een vizier, maar een scherm waarop alle wapensystemen van zijn toestel worden geprojecteerd.

Zelfs de wapens waarmee ze de aanvallen uitvoeren zijn state of the art: De piloten hebben de keuze uit vijf soorten bommen, die ze op voorhand selecteren, afhankelijk van het doelwit. Bij 75 procent van de aanvallen gebruiken ze kleine, vijfhonderd pond zware bommen om hun doelwitten uit te schakelen. Sommige daarvan, de oudere generatie, zijn lasergestuurd. De meeste vinden hun doelwit echter door middel van een gps-module in de neus van de bom. Zelfs bij zware rookvorming, wanneer een laser het doelwit niet kan belichten, vindt dat soort wapens nog altijd zijn bestemming. De nieuwste generatie bommen die de Belgen gebruiken, heeft zelfs een doelsysteem dat laser- en gps-technieken combineert. Het overige kwart van de aanvallen gebeurt met tweeduizend pond zware bommen, eveneens uitgerust met laser- en gps-technologie.

“Tijdens de huidige ODF-opdracht hebben de Belgische F-16’s 326 missies gevlogen.”

“Het gaat vooruit. Traag, maar het gaat vooruit.”

Voorzichtig succes

De Belgische F-16’s zijn ondertussen al zo’n 3,5 jaar actief in de strijd tegen IS in Irak en Syrië. “Operatie Desert Falcon is een operatie van heel hoge intensiteit,” zegt minister van Defensie Steven Vandeput, “maar met ook een heel goed resultaat. We zien vandaag dat IS wel degelijk onder druk komt te liggen en dat is onder andere dankzij onze bijdrage.”

Generaal-majoor vlieger Frederik Vansina, commandant van de Luchtcomponent, treedt hem daarin bij, al is hij iets voorzichtiger in zijn uitspraken dan de minister: “Het is inderdaad een succes tot nu. Toen de coalitie zijn luchtmacht voor de eerste keer ontplooide, heeft ze de progressie van Islamitische staat in Irak kunnen tegenhouden. Gedurende die tijd werd het Iraaks leger opgeleid. Dat leger is nu zijn eigen territorium aan het heroveren met de luchtsteun van de coalitielanden, waaronder België. Het gaat vooruit. Traag, want het is een ingewikkelde oorlogsvoering tegen een sluwe tegenstander, maar het gaat vooruit.”

Laatste wapenfeit van de huidige F-16?

De Belgische F-16’s zijn ondanks hun leeftijd nog altijd in staat om hun opdrachten tijdens ODF naar behoren uit te voeren. Hun vervaldatum begint echter stilaan te naderen. “Onze F-16’s zijn nog altijd in staat om dat te doen, hoewel ze inderdaad al een zekere leeftijd hebben”, gaat generaal-majoor Vansina verder. “In deze omgeving gaat dat, omdat er weinig luchtbedreiging is. In een omgeving met een grote luchtdreiging, zou je zien dat ons vliegtuig stilaan amechtig wordt en het tijd is om het te vervangen. Het nadert bovendien zijn maximale levensduur. Een F-16 mag achtduizend uur vliegen. Deze vliegtuigen hebben stilaan meerdere duizenden uren op de teller. Vanaf 2023 zal het eerste vliegtuig aan de grond moeten blijven, in 2028 het laatste.”

“Ik hoop in elk geval tegen de zomer van 2018 met een gefundeerd voorstel naar de regering te gaan.”

Ook de regering beseft dat. Daarom heeft ze op 17 maart het licht op groen gezet om de F-16’s te vervangen. Dat proces zit ondertussen in zijn eerste fase. “De aanbieders zijn uitgenodigd om hun dossier te komen afhalen”, legt Defensieminister Vandeput uit. “Die hebben dan een tijdje nodig om een en ander op punt te stellen. Ik hoop in elk geval tegen de zomer van 2018 met een gefundeerd voorstel naar de regering te gaan.”

De Belgische F-16’s blijven nog tot 30 juni in Jordanië. Daarna is een politieke beslissing nodig voor een verdere inzet, ten vroegste vanaf januari 2018.