Operatie Sophia: Operationeel, medisch én mentaal paraat

Artikel: Jimmy Stroobants - foto's: Daniel Orban

Het fregat Louise-Marie deed veel meer dan enkel smokkelroutes in kaart brengen en migranten oppikken, toen het zich van 12 juni tot 28 juli voor operatie Sophia in de Middellandse Zee bevond. Zowel materiaal als personeel werden meer dan eens op de proef gesteld.

Halfweg de operatie bezoekt de Louise-Marie gedurende enkele dagen in de Kretenzische haven Soudha Bay. Op ongeveer vijftig kilometer voor de kust is daar een schietzone zo groot als West-Vlaanderen. Daar kan het fregat al zijn wapensystemen testen. Volgens het scenario van de oefening Kratos Delight vallen terroristen, gesimuleerd door drones, het eiland Amoras (Kreta) aan. De Louise-Marie beantwoordt de dreiging door ze met het snelvuurkanon Goalkeeper uit de lucht te schieten. Ze zetten ook het 76 mm-boordkanon in. Het hoogtepunt is echter de lancering van een Sea Sparrow, een radargeleide luchtdoelmissile die de meeste NAVO-landen gebruiken om vliegtuigen en antischeepsraketten neer te halen.

Oefeningen aan boord

Regelmatig weerklinkt het alarm op het fregat. Een brand aan boord, de helikopter die crasht op het helikopterdek, gewonden om te evacueren, … Gelukkig gaat het telkens om oefeningen. Herhaling van procedures en acties zorgt ervoor dat iedereen zijn of haar taken goed kent wanneer de “Safeguard, safeguard, safeguard” voor een echt incident klinkt.

Aan boord kunnen ook schietoefeningen met allerlei wapens en kalibers plaatsvinden. Die zijn voor iedereen van belang, maar vooral voor de mensen van het boarding team. Wanneer het fregat een verdacht bootje vindt, gaan zij aan boord om bemanning en vracht te controleren.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Een belangrijke uitlaatklep aan boord is sport. Hoewel het schip niet over een officiële uitgeruste sportzaal beschikt, worden alle vrije plekjes geïmproviseerd ingericht of voorzien van sportmateriaal. Her en der aan boord vind je gewichten, twee spinningfietsen en een airstep voor aerobe sporten, een loopband in de helikopterhangar, baren om aan op te trekken, springtouwen, enzovoort. Op het helikopterdek, de grootste vrije ruimte aan boord, doet de bemanning buiten de vlieguren veel aan sport, alleen of in groep. Sommigen boksen, anderen trainen de coopertest of doen aan yoga.

De dokter aan boord, kapitein Inge Habex, ziet een goede evolutie. “Er wordt steeds meer gesport aan boord. Veelal zijn het persoonlijke initiatieven. Defensie kent natuurlijk ook veel sportprogramma’s, maar die zijn nog niet echt op maat van het leven op een schip. Voor oefeningen rond core stability of spierkracht is relatief weinig plaats nodig, dus die zijn aan boord wel uitvoerbaar.”

De dokter en haar staf controleren de waterzuivering aan boord en staan in voor de medische probleempjes van de bemanningsleden. “Meestal gaat het om huis-tuin-en-keukenprobleempjes,” gaat de dokter verder. “Snij- en brandwonden zijn eigen aan het werk op een bewegend schip, maar komen soms ook in ergere graad voor. Verder passeert een heel divers gamma aan kwaaltjes: van verkoudheid, diarree of constipatie over uitslag en insectenbeten tot oorontsteking en dergelijke. Wij kunnen alle eerstelijnshulp geven, maar ik kan bijvoorbeeld niet opereren en geen intensieve zorgen toedienen. Gelukkig is dat ook niet nodig. In het ergste geval kan een patiënt in enkele uren van hieruit een ziekenhuis bereiken.”

“Her en der aan boord vind je gewichten, spinningfietsen, een loopband, baren om aan op te trekken, springtouwen, enzovoort.”

“We kunnen de aandacht op bepaalde zaken vestigen zonder specifiek naar personen of gebeurtenissen te verwijzen.”

Tot slot behoort ook de geestelijke gezondheid van de bemanning tot de bekommernissen van de medische staf, maar zeker van de aalmoezenier. Op elke grote zending gaat een padre of een moreel consulent mee. “Aan boord zijn wij een luisterend oor voor de bemanning of voor opgepikte migranten”, licht aalmoezenier Geert Dewulf toe. “We kunnen ook als ‘brievenbus’ fungeren naar het commando of collega’s. Zo kunnen we de aandacht op bepaalde zaken vestigen zonder specifiek naar personen of gebeurtenissen te verwijzen. De bemanning apprecieert zeker dat er een padre aanwezig is. Het toont aan dat Defensie wel degelijk aandacht heeft voor het psychisch welzijn, al gebeurt dat hoe langer hoe meer door psychologen mee te sturen.”