Operatie Sophia: een uitdaging op meerdere vlakken

Artikel: Jimmy Stroobants - foto's: Daniel Orban

Op 12 juni 2017 vertrok het fregat Louise-Marie naar de Middellandse Zee. Tussen Libië en Italië probeerde het samen met schepen van Europese bondgenoten de netwerken van mensen- en wapensmokkelaars verder in kaart te brengen. Zeven weken later, op 28 juli, liep het schip zijn thuishaven weer binnen. Een opdracht met een rendement op lange termijn, die mentaal niet in de koude kleren kruipt …

“Ik ben ervan overtuigd dat het in kaart brengen van het model op termijn nuttig zal zijn.”

Met de inzet van de Louise-Marie nam België voor de derde keer deel aan operatie Sophia. Daarmee wil de Europese Unie de smokkel van wapens en mensen over de Middellandse Zee in kaart brengen en op termijn stoppen. Voor de Louise-Marie was die opdracht echter niet evident. Volgens het mandaat van de Europese Unie is het voor de schepen van de European Naval Force in the Mediterranean (EUNAVFOR-MED) immers verboden om in de Libische territoriale wateren te varen. De bemanningen mogen migranten in nood oppikken en naar Italië overbrengen, maar tegen de echte smokkelaars kunnen ze tot nog toe weinig meer doen dan bewijs verzamelen.

“Zoals u weet mogen we op dit moment niet in Libische territoriale wateren varen”, legt fregatkapitein Guy Schotte uit, de commandant van de Louise-Marie. Alleen in internationale wateren, ongeveer 22 kilometer buiten de kust, mogen de schepen van operatie Sophia tegen verdachte bootjes optreden. “De echte smokkelaars blijven aan land en controleren van daar hun operaties. Ze misbruiken vaak migranten, bijvoorbeeld door hen een gratis overtocht te beloven als ze het bootje besturen. Op zee komen wij dus veelal kleine garnalen tegen.”

Toch komt er stilaan meer zicht op wie de echte smokkelaars zijn en hoe ze werken. “Door gesprekken met migranten en telefoonnummers die we te pakken krijgen, zien we een aantal namen terugkeren en krijgen we steeds meer duidelijkheid in het model”, gaat Schotte verder. “Onmiddellijk actie ondernemen in internationale wateren is niet altijd mogelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat het in kaart brengen van het model op termijn nuttig zal zijn.”

Een speld in een hooiberg

De hele operatie, van bootjes zoeken tot drenkelingen aan land brengen, is geen sinecure in de uitgestrekte Middellandse Zee. Er zijn dan ook verschillende schepen en zelfs vliegtuigen van Europese marines tegelijk actief. De sensoren van het fregat hebben een bereik van ongeveer dertig kilometer om naar eventueel verdachte bootjes te speuren. Met de Alouette III-helikopter aan boord kan de Louise-Marie dat gebied uitbreiden tot honderd kilometer rondom het schip. Op 29 juni pikte het schip 118 migranten op. Dankzij de samenwerking met andere schepen konden ze die vrij snel aan de Italiaanse overheid overdragen.

De schaal van de migratiestroom noodzaakt de inzet van zoveel mogelijk schepen. Behalve marineschepen van Sophia of de Europese grensbewakingsopdracht Frontex zijn ook kustwachten en ngo’s actief in de regio. “Enkele dagen voor onze reddingsactie bevonden er zich meer dan 2.000 migranten in de Libische territoriale wateren,” vertelt commandant Schotte. “Alleen hadden wij nooit zoveel mensen kunnen opvangen. De ngo-schepen die daar varen zien dat als hun hoofdtaak. Ook commerciële schepen zijn indien nodig verplicht hulp te bieden, maar time is money voor de rederijen natuurlijk.”

“De sensoren hebben een bereik van ongeveer dertig kilometer. De Alouette III-helikopter kan dat gebied uitbreiden tot honderd kilometer.”

“Machteloosheid is vaak de ergste psychische druk.”

Omgaan met machteloosheid

Tijdens de opvang en overdracht van drenkelingen heeft natuurlijk ook de medische staf aan boord de handen vol. Kapitein Inge Habex, dokter aan boord, legt uit wat haar taken zijn. “Wanneer we migranten opvangen, gaat een medic mee aan boord van de RHIB (rigid-hulled inflatable boat) die de migranten naar het schip brengt. Hij zorgt dat de meest ernstige gevallen eerst aan boord komen en gestabiliseerd worden. Bij het eerste contact zijn de meesten grotendeels van de wereld, in shock, vooral door uitdroging. Met sommigen kunnen we enigszins communiceren, maar de meesten ondergaan het gewoon. Ook brandwonden zien we vaak. Maar wanneer je zoiets ziet bij een premature baby van nauwelijks vijf dagen oud, is het zeker niet gemakkelijk om als dokter te denken en niet eerst als vrouw, moeder of gewoon als mens.”

Behalve de drenkelingen aan boord halen en aan de Italiaanse instanties overdragen, kunnen de bemanningen van de Europese schepen weinig meer doen. Daarmee omgaan is niet altijd gemakkelijk, horen we onder de bemanning. “Iedereen gaat anders om met wat ze hier allemaal zien en beleven”, gaat de dokter verder. “Sommigen benaderen die drenkelingen eerder ‘logistiek’: ze moeten die mensen aan boord brengen, verzorgen en overdragen. Anderen trekken zich het menselijke aspect en leed meer aan. Over het algemeen zijn de bemanningsleden stevig onder de indruk, zeker degenen die rechtstreeks met drenkelingen te maken krijgen. Machteloosheid is vaak de ergste psychische druk. Zo hebben we ooit een bootje gered met een vrouw die tijdens de overtocht verkracht was. We waren dus verplicht om zowel slachtoffer als dader te redden en te verzorgen. Voor baby’s kunnen we ook vaak heel weinig echt doen.”

Aan boord spreken de migranten behalve de medische staf ook vaak de aalmoezenier aan. De migranten die de Louise-Marie op 29 juni oppikte, werden echter vrij snel overgedragen. Er dus niet veel tijd om met hen een echt interpersoonlijk contact op te bouwen. “Voor de meesten aan boord is het niet de eerste keer dat ze een dergelijke opdracht meemaken”, sluit dokter Habex af. “Dat beperkt de emotionele impact wel een beetje. Maar een baby als deze behoudt toch altijd een schokeffect.”

Fundamenteel menselijk

Sommige cynische reacties op persverslagen over de migranten kunnen bij de bemanning op weinig begrip rekenen. “Mensen in nood redden is niet alleen de plicht van elke zeeman, maar een fundamenteel menselijke reactie”, reageert commandant Schotte. “Wanneer we hen oppikken zijn ze eerst en vooral natuurlijk heel blij want we betekenen hun redding, ook al van de vaak heel wrakkige bootjes waarmee ze onderweg zijn. Meestal zien de meesten er op het eerste zicht nog wel goed uit, maar zodra ze aan boord zijn en door de dokter onderzocht worden zien we veel verwondingen en uitdroging. Sommigen hadden derdegraads brandwonden doordat ze in hun bootje in de benzine hadden gezeten. Als je iemand met dergelijke brandwonden over het dek ziet schuifelen, of een baby van enkele dagen oud compleet uitgedroogd aan boord haalt … Enkele dagen of uren langer op zee zouden velen niet overleefd hebben.”