EUTM Mali: decentralisering en nieuwe projecten

Door Nadège Godefroid, fotograaf Daniel Orban

Om de vrede in Mali duurzaam te herstellen, startte de EU in februari 2013 de European Union Training Mission Mali (EUTM Mali) op. Die vrede is essentieel voor de stabiliteit in de Sahel-regio en bij uitbreiding voor heel Afrika én Europa. Al drie jaar zijn er EU-troepen ontplooid op verschillende plaatsen in Mali. Ze krijgen steun van detachementen uit Georgië, Montenegro, Servië en Albanië. Het aantal locaties is nog uitgebreid sinds het begin van het derde mandaat. Dat staat in het teken van een decentralisatie van de opleidingen. Gaandeweg wordt de operatiezone uitgebreid tot aan de bocht in de Niger, met ook de steden Goa en Timboektoe.

Combined Mobile Advisory and Training Team

Luitenant-kolonel Marcus Sack, de Oostenrijkse commandant van de CMATT, licht de bedoeling toe: “Door deze decentralisatie kunnen we de Afrikaans-Franse top ondersteunen en het Malinese leger helpen, maar ook een snelle interventiemacht met eigen commandopost oprichten en onderhouden om overal snel op veiligheidsincidenten te reageren.” Het Malinese leger levert daarvoor een compagnie infanterie, een gewapend eskadron en gespecialiseerde teams. “Wij brengen de infanteristen de basiscompetenties bij die ze als peloton nodig hebben, zowel voor aanval, verdediging als beveiliging (escortes, checkpoints, terrein innemen),” vervolgt Sack. “De EUTM-instructeurs hebben het gewapend eskadron opgeleid in escorte, verkenning en beveiliging. Ze kunnen met andere woorden reageren als snelle reactiemacht.”
Verder zorgt een artilleriebatterij voor grond-lucht- en grond-grondondersteuning. Die militairen zijn bijvoorbeeld opgeleid als vooruitgeschoven waarnemer. Zij kunnen indien nodig de Battlegroup versterken.
Twee gespecialiseerde teams spelen op hun beurt een belangrijke rol in de opleiding van de Malinese troepen. Het Signal Team vormt de pelotons Signalists, gelijkwaardig aan onze specialisten communicatie- en informatiesystemen. Een tweede team geeft een cursus eerste hulp op het slagveld.
De opleiding duurt in totaal acht weken. “Hoewel kort blijkt dit genoeg om de Malinese troepen goed te laten werken op pelotonsniveau”, licht kolonel Sack toe. “De resultaten zijn bemoedigend.”

Tijdens de slotceremonie zette kolonel-majoor Baby, stafchef van de Malinese landstrijdkrachten, het professionalisme en de flexibiliteit van het EUTM-personeel in de bloemetjes. 


De ongeveer veertig instructeurs uit België, Spanje, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk hebben intussen meer dan 200 Malinezen opgeleid. Eerste sergeant Jérôme is een van de Belgische instructeurs. “Ik werk hier samen met een Spanjaard en een Brit”, legt hij uit. “De middelen zijn spijtig genoeg nogal beperkt, maar we maken overal nuttig gebruik van. We geven hen de best mogelijke infanterieopleiding.”
De tweede cyclus van deze gedecentraliseerde opleiding liep af op 15 december 2016. Tijdens de slotceremonie zette kolonel-majoor Baby, stafchef van de Malinese landstrijdkrachten, het professionalisme en de flexibiliteit van het EUTM-personeel in de bloemetjes. In samenwerking met de Malinese militaire autoriteiten staan nog meer CMATT op stapel in andere regio’s van het land.

De projecten van de EUTM

De CMATT zijn niet de enige bezigheden van de EUTM. Sinds het begin van de opdracht zagen vele projecten het levenslicht. Onlangs stelde de EUTM voor de Malinese soldaten een klein boekje op met een gedragscode, in overeenstemming met het humanitair recht. Ze verdeelden meer dan 5.000 exemplaren van het werk in vijf talen: Frans, Bambara, Arabisch, Songhay en Tamasheq. De Europese missie hecht veel belang aan respect voor de Rechten van de Mens en het Recht der Gewapende Conflicten. International Humanitarian Law en International Human Right Laws zijn twee van de belangrijkste cursussen in de opleidingen.
Een ander voorbeeld van een EUTM-project met goed gevolg is de levering van medisch materiaal aan de Malinese strijdkrachten. Het Groothertogdom Luxemburg financierde dit programma ter waarde van meer dan een miljoen euro. Tussen november en december ontvingen de Malinezen 6.000 individuele medische trousses, 400 gevechtsbrancards, 600 opvouwbare reddingsbrancards en 15 trainingspoppen. En het blijft niet bij materiaal. Het plan is nog uitgebreid en beoogt op lange termijn aan zo veel mogelijk Malinese militairen een complete opleiding te geven met gespecialiseerde instructeurs. Een eerste module is gewijd aan het gebruik van de individuele trousse en eerste hulp in gevechtsomstandigheden. Het belangrijkste doel van de EUTM Mali blijft om de toekomstige Malinese instructeurs op te leiden. Die moeten daarna hun landgenoten in die materies kunnen opleiden. Al het materiaal ligt voorlopig opgeslagen in het kamp van Koulikoro. De Malinese strijdkrachten staan in voor de logistiek: opslag, bevoorrading en controle.

Een ander voorbeeld van een EUTM-project met goed gevolg is de levering van medisch materiaal aan de Malinese strijdkrachten.

De EUTM Mali heeft voor de tweede keer een twintigtal verbindingsofficieren opgeleid uit Mali, Mauritanië, Tsjaad, Burkina Faso en Niger, de zo genaamde ‘G5 Sahel’. Die officieren waren zeer tevreden over de opleiding die ze kregen, niet alleen van de EUTM Mali, maar ook van MINUSMA (de VN-missie in Mali), de Franse operatie Barkhane en het Rode Kruis. Dankzij de gezamenlijke opleiding kunnen de vijf deelnemende Sahellanden beter coördineren en samenwerken op domeinen als veiligheid of ontwikkeling. “Het vorige detachement had dit idee al geopperd,” legt brigadegeneraal Eric Harvent uit. Hij voert het bevel over de EUTM Mali. “De uitvoering had heel wat voeten in de aarde, vooral om alle vijf landen te overtuigen om samen rond de tafel te gaan zitten, verschillende werkwijzen te vergelijken en hun officieren voor opleiding naar Mali te sturen. De Malinese overheid nodigt hen uit, maar het is de EUTM Mali die de cursussen verzorgt. Wij verlenen onze medewerking op voorwaarde dat instructeurs uit de G5 aanwezig zijn. Daarom geven een Burkinees, een Malinees en een Tsjadiër een deel van de cursus. Hen hebben we er tijdens de cursus uitgepikt.”

Een vierde mandaat?

Dat is inderdaad wat generaal Harvent denkt. “Gezien de huidige situatie zal er een vierde mandaat komen, aangepast aan de constant evoluerende situatie,” legt hij uit. “Een verdere verlenging zal er slechts komen op twee voorwaarden. Ten eerste moeten de Malinese troepen zelf instaan voor de evolutie en hervorming van hun verdedigings- en veiligheidssysteem. Ze moeten dus het geleerde in praktijk brengen en eigen projecten op poten zetten. De inspanningen van de Malinezen zullen dan de Europese mogendheden overtuigen de moed niet op te geven. De tweede voorwaarde om de Europese inzet te verlengen zal het doorzettingsvermogen van de EU-lidstaten zijn. Ze zullen in staat moeten zijn nog eens twee jaar bij te dragen aan de hervorming van het Malinese bestuur. Ik spreek over ‘doorzetting’ omdat op dit moment drie Europese opdrachten min of meer tegelijk plaatshebben: in Somalië, de Centraal-Afrikaanse Republiek en in Mali. Die opdrachten zijn niet identiek, maar wel gelijkaardig. Daardoor zijn sommige capaciteiten van de Europese strijdkrachten vrijwel tot het uiterste ingezet. De betrokken gastlanden zullen die kennis op termijn zelf moeten vergaren. Europa kan dat niet oneindig volhouden”, besluit de generaal.

Brigadegeneraal Harvent droeg op 19 december 2016 het commando van de missie officieel over aan brigadegeneraal Peter Devogelaere. Voor generaal Harvent was de opdracht in elk geval een ongelooflijke ervaring: “Er zijn 28 landen aanwezig in dat ene operatiegebied. We hebben zes maand samengeleefd en in die periode hebben we onszelf en elkaar goed leren kennen. Op menselijk vlak was dit een buitengewone ervaring. Ook professioneel was dit een uitzonderlijk avontuur. Ik stond in voor de tactische, operationele en strategische aspecten van de hele missie. Ik denk dat ik mijn taak goed gedaan heb, ook al werk je als chef eigenlijk altijd voor je opvolger en blijven er altijd works in progress wanneer je weggaat. Er lopen nog verscheidene projecten op lange termijn, afhankelijk van hun financiering, omvang of inplanting.”
Brigadegeneraal Devogelaere van zijn kant had al het volle vertrouwen in de toekomst van de missie. Hij wil de lijn van zijn voorgangers doorzetten.