De onmisbare schakels achter de piloot

Artikel: Liesbeth Bardyn – foto's: Michael Moors

De buurtbewoners van Kleine-Brogel en omstreken zien elke dag vliegtuigen landen en opstijgen. De piloot en het toestel zijn echter vaak het enige wat ze van de basis te zien krijgen. Achter die piloot schuilen echter honderden mensen die dag in, dag uit zorgen voor de veiligheid, werking en communicatie. Zij vormen de steunpilaren waarop elke piloot blindelings kan vertrouwen. Wij spraken met vijf van hen.

“De piloot is de spits en wij de verdediging.”

De landingsbaan staat letterlijk en figuurlijk centraal binnen de vliegbasis van Kleine-Brogel. Errond vind je een verzameling aan gebouwen en hangars in verschillende maten en kleuren. In een daarvan treffen we de force protection, de beschermingstroepen van de 10 Tactische Wing. Dries, de pelotonscommandant, tracht zijn mannen elke dag opnieuw te trainen en klaar te stomen voor de volgende operatie.

“Onze hoofdtaak bevindt zich uiteraard in het buitenland, waar de F-16-gevechtsvliegtuigen het gros van hun missies uitvoeren”, vertelt hij. “De laatste jaren zijn ze vooral actief in de Baltische staten en het Midden-Oosten en telkens gaan wij met hen mee.” De taak van de force protection is eenvoudig: tijdens operaties de veiligheid van de mensen en toestellen verzekeren. Zo kunnen de piloten en monteurs zich voor honderd procent op hun taken concentreren. “De piloot is de spits en wij zijn de verdediging”, legt Dries uit. “We lopen niet in de kijker, maar zonder ons kan de piloot niet scoren.”

Dries behaalde een diploma van master in de criminologie, maar besloot om als generalist bij Defensie te solliciteren. “Mijn studies hebben me een ruime blik op de wereld gegeven. Dat helpt me om in allerhande omstandigheden met verschillende mensen samen te werken.”

“Ook het ‘harnas’ van een F-16 heeft soms een oplapbeurt nodig”

De F-16 lijkt onaantastbaar wanneer hij door de lucht scheurt, maar door onder meer luchtvervuiling kampt ook dit gevechtsvliegtuig na zo’n 300 vlieguren met corrosie. “Corrosie kan het metaal beschadigen of wegvreten, waardoor het kan scheuren en water vrij spel krijgt”, vertelt Bjorn. “Met verminderde prestaties en structurele instabiliteit tot gevolg.”

Bjorn leidt een onderhoudsteam dat het gevechtsvliegtuig nakijkt en herstelt. “Wij zijn geen technici maar werken het toestel eerder uitwendig bij. Zo herschilderen we vervaagde letters of symbolen en schuren en herspuiten we onderdelen om corrosie tegen te gaan.” Bjorn en zijn team hebben hiervoor een geavanceerde op maat gemaakte spuitcabine ter beschikking. Met speciale pakken en mondmaskers werken ze op een veilige manier het toestel bij. “Zes personen hebben zo’n zes dagen nodig om een F-16-toestel volledig te herstellen”, besluit hij. “Je ziet dus vrij snel een eindresultaat waar je trots op kan zijn en dat geeft voldoening.”

“Wij volgen al het vliegverkeer in een straal van dertig mijl”

De verkeerstoren van Kleine-Brogel kijkt uit over de landingsbaan en taxistroken van de vliegbasis. Van hieruit staan de luchtverkeersleiders in verbinding met elk toestel binnen het luchtruim boven Kleine-Brogel en dertig mijl (ruim 48 km) erbuiten. “Wij zijn de ogen van de piloot”, vertelt Neel, het hoofd van de luchtverkeersleiding in Kleine-Brogel. “Er zijn drie soorten luchtverkeersleider en ik heb het geluk gehad om elke positie al een keer te mogen bezetten. Uiteindelijk komt het echter steeds op hetzelfde neer: de veiligheid van de piloot garanderen tijdens het landen en opstijgen, en in de lucht.”

Neel is gepassioneerd door zijn job. Dat wijt hij vooral aan het nauwe overleg en directe contact met de piloten, iets wat op commerciële luchthavens niet voorkomt. Ook het feit dat je ’s morgens nooit kan voorspellen wat de dag zal brengen, ziet hij als een uitdaging. “Een luchtverkeersleider is een spilfiguur, een essentiële schakel in de keten.”

“Binnen twee minuten staan we aan de landingsbaan”

De Crashtender is een mastodont van een brandweerwagen, met aan boord de mannen en middelen om vliegtuigen in nood bij te staan op en rond de vliegbasis. “We rukken vooral preventief uit bij technische problemen”, vertelt Kevin. “Een F-16 heeft immers onder meer het ontvlambare en giftige product hydrazine aan boord. Bij problemen staan we binnen de twee minuten aan de landingsbaan met onze wagen.”

Kevin is sinds 2010 brandweerman in Kleine-Brogel en fungeert als chauffeur en lansdrager. In totaal telt de vliegbasis 56 brandweermannen. Veel van hen zijn net als Kevin gestart als vrijwilliger bij de lokale brandweer in hun dorp of stad. “Ik was al jaren vrijwilliger bij de brandweer van Hamme voordat ik bij Defensie kwam aankloppen”, vertelt Kevin. “Buiten de vliegveldprocedures is er weinig verschil tussen de opleiding tot brandweerman bij Defensie of elders. Ook wij zeulen tijdens een interventie zuurstofflessen op onze rug mee en moeten binnen een bepaalde tijd de laddertest voltooien. Een brandweerman is en blijft een brandweerman.”

“Onze CBRN-kennis is al meer dan eens erg nuttig gebleken”

De treinramp in Wetteren in 2013 was een van die momenten waarop Defensie de natie kon helpen met zijn expertise inzake chemische, biologische, nucleaire en radiologische producten, kortweg CBRN. Ook Kleine-Brogel heeft enkele specialisten in huis die klaarstaan om zulke problemen in binnen- en buitenland het hoofd te bieden. “Wij kunnen tijdens operaties besmette vliegtuigen desinfecteren en de piloot veilig uit zijn toestel ontzetten”, vertelt Stijn. In operatiegebied delen we indien nodig ook dosismeters uit om straling op tijd te detecteren.”

De interesse van Stijn valt niet ver te zoeken: wetenschap. Hij volgde eerst een chemische opleiding en belandde uiteindelijk bij Defensie als CBRN-specialist. “Wij zijn echte plantrekkers”, vertelt hij. “Als er op ons beroep wordt gedaan, werken we vaak geïsoleerd, maar onze speciale pakken en materiaal beschermen ons wanneer nodig.”