75 jaar para’s en commando’s, de oorsprong van een nieuw type eenheden

Artikel: Comopsland – foto’s: Jürgen Braekevelt, Vincent Bordignon

Het is geen geheim dat Defensie in het nieuwe Strategische Plan in detail de creatie bestudeert van een pijler gericht op speciale operaties. Die gedetailleerde studie biedt de eenheden van de Lichte Brigade – maar ook alle eenheden die met hen samenwerken – een unieke kans om te evolueren naar een geheel van nieuwe gespecialiseerde capaciteiten, perfect aangepast aan de moderne conflicten en in symbiose met gelijkaardige evoluties bij een groot aantal andere legers.

Alle aspecten van die transformatie worden in detail geanalyseerd: doctrine en gebruiksprocedures, organisatie van de eenheden, verwerving van aangepast materieel, verbetering van de vorming van het personeel, aanpassingen van het trainingsschema en nog vele andere elementen. De sleutelwoorden die de reflecties leiden zijn: specialisatie, interoperabiliteit, reactiviteit, flexibiliteit, discretie, autonomie en leadership.

We kunnen ons indenken dat 75 jaar geleden, overtuigd door de nasleep van de nederlaag in 1940, gelijkaardige reflecties speelden in de hoofden van de mannen die de rangen van de geallieerden zouden vervoegen en zich zouden storten in het avontuur van de oprichting van twee nieuwe Belgische elite-eenheden.

Met zo’n 250 gingen ze in op de oproep die de Belgische regering vanuit Londen lanceerde via de BBC. Ze dienden zich aan om als vrijwilliger geselecteerd te worden om de Duitse invaller te bestrijden als lid van twee eenheden van een geheel nieuw type: de SAS-parachutisten en de commando’s.

Ze waren afkomstig uit verschillende sociale en intellectuele milieus, sommigen waren het bezette België ontvlucht, anderen waren ontsnapt uit Duitse gevangenkampen en nog anderen kwamen uit de vier windstreken. Ze drukten zich uit in het Nederlands of het Frans, soms enkel in het Engels. De jongsten waren nauwelijks zestien jaar oud, de oudsten waren bijna veertig. Ondanks de vele verschillen zouden ze samen in 1942 twee verrassend homogene eenheden vormen: de Belgian Independant Parachute Company en de 4th Troop of Nr10 Interallied Commando.

De Compagnie Parachutisten volgde een intensieve training van twee jaar op Engelse bodem: eerst in de Parachute Training School Nr1 van Ringway bij Manchester, nadien ten zuiden van Birmingham. In februari 1944 nam kapitein Eddy Blondeel officieel het commando over de eenheid, die de naam Belgian SAS Squadron kreeg. Ze waren gespecialiseerd om geparachuteerde operaties uit te voeren achter de vijandelijke linies: verkenningen, verstoringen en later ook verkenningsopdrachten op gepantserde jeeps. De SAS-eenheid kon vijf vermeldingen op haar vaandel schrijven: Normandië, België, Ardennen, Emden en Oldenburg.
Tegelijkertijd werd ook de 4th Troop Commando opgericht onder het bevel van kapitein Georges Danloy, een ander emblematisch personage. Gedurende meer dan een jaar volgde de compagnie een extreem harde opleiding in het Commando Basis Training Centre in Achnacarry, Schotland, een bijna mythische plaats voor alle commando’s …
De mannen werden er gevormd in klimtechnieken, amfibische operaties en raids in moeilijk terrein. In september 1943 trokken ze naar Algerije voor een laatste training alvorens operationeel ingezet te worden. Drie vermeldingen kwamen op hun vaandel, na gevechten in Italië, Joegoslavië en op het eiland Walcheren tussen 1943 en 1945.

Na de oorlog moesten de commandanten van beide eenheden al hun overredingskracht gebruiken om hun eenheid te laten voortbestaan. Enkele Belgische autoriteiten twijfelden sterk aan het nut om die SAS-parachutisten en commando’s te behouden. Na aandringen bij de Minister van Defensie kreeg kolonel Blondeel alsnog de toestemming om een school voor parachutisten op te richten, met de hulp van de Britten en de Belgische Luchtmacht. Zo vonden de eerste parachutesprongen uit een vliegtuig plaats op het vliegveld van Schaffen op 11 september 1947. Twee maanden later volgden de eerste ballonsprongen. Dat is nu zeventig jaar geleden.
Wat betreft de commandotraining ontdekte luitenant-kolonel Danloy dat het kasteel d’Arenberg in Marche-les-Dames niet gebruikt werd. Hij installeerde zich daar in 1947, met de toestemming van de Minister. De plaats, aan de oever van de Maas, omringd door een ruw rotsmassief, was perfect geschikt voor de vorming en training van de commando’s. Kapitein P. Roman werd belast met de organisatie van het nieuwe Trainingscentrum voor Commando’s.

Vandaag, 75 jaar na de oprichting van de eerste para- en commando-eenheden en 70 jaar na die van de trainingscentra, organiseren we tal van herdenkingsmomenten ter herinnering aan de gebeurtenissen die de fundamenten van onze huidige Belgische paracommando-capaciteit legden. Op 31 maart namen meer dan 600 mensen deel aan een herdenkingsdag in het prachtige kader van het kasteel van Beloeil. Op het einde van de zomer opende het Trainingscentrum voor Parachutisten zijn deuren voor het publiek. Twee dagen later, op 2 september, organiseerden het Trainingscentrum voor Commando’s en het 2 Bataljon Commando’s een grootse opendeurdag op de citadel van Namen om eveneens die prestigieuze verjaardagen te vieren.